Perittia herrichiella (Herrich-Schäffer, 1855)

op Lonicera

Perittia herrichiella: occupied mine on Lonicera xylosteum

Lonicera xylosteum, Duitsland, Hesse, Diemelstadt-Dehausen, 24.vi.2018 © Hubertus TrillingL bezette mijn

Perittia herrichiella: larva

larve

mijn

Ei ovaal, met enkele lengteribbels, nabij de bladbasis. Mijn begint als een kort gangetje, gevolgd en vaak overlopen door een grote vlakke blaas die zich uitbreidt in de richting van de bladrand. Frass in verspreide grove zwarte stukken.

waardplanten

Caprifoliaceae, oligofaag

Lonicera alpigena, periclymenum, tatarica, xylosteum; Symphoricarpos albus.

fenologie

Larvan van laat juni tot midden augustus (Traugott-Olsen & Nielsen, 1977a); in Württemberg tot in October (Wörz, 1957a).

BENELUX

Niet bekend uit de Benelux-landen (Fauna Europaea, 2009).

verspreiding binnen Europa

Van Zweden en Finland tot de Pyreneeën en Italië, en van Frankrijk tot de Baltische Staten en Roemenië (Fauna Europaea, 2009).

larve

Roodbruin.

pop

Beschreven door Patočka (1999a), Patočka & Turčáni (2005a).

synoniemen

Dyselachista, Scirtopoda, herrichiella.

literatuur

Baran, Mazurkiewicz & Palka (2007a), Bidzilya, Budashkin & Zhakov (2016a), Buhr (1964a), Buszko (1990a), Diškus & Stonis (2012a), Hartig (1939a), Hering (1923a, 1926b, 1957a, 1961a), Huber (1969a), Huemer (1986b), Kaila, Nupponen, Junnilainen ao (2003a), Klimesch (1950c), Klimesch & Skala (1936b), Maček (1999a), Nowakowski (1954a), Parenti & Varalda (1994a, 2000a), Patočka (1999a), Patočka & Turčáni (2005a), Pröse (1995a), Sefrová (2005a), Skala (1949a, 1951a), Skala & Zavřel (1945a), Sønderup (1949a), Sruoga & Ivinskis (2005a), Steuer (1987a), Šulcs (1996a), Szőcs (1977a, 1981a), Traugott-Olsen & Nielsen (1977a), Whitebread (1984a), Wörz (1957a), Zoerner (1969a).

mod 21.iii.2019