Perittia obscurepunctella (Stainton, 1848)

kamperfoeliemineermot

Perittia obscurepunctella: mine on Lonicera periclymenum

Lonicera periclymenum, België, prov. Namen, Nismes, RN les Abannets, 27.vi.2019 © Stéphane Claerebout

Perittia obscurepunctella: mine on Lonicera periclymenum

zelfde mijn, onderzijde, met wat uitgeworpen frass

Perittia obscurepunctella: mine on Lonicera periclymenum

zelfde mijn, in doorzicht

Perittia obscurepunctella mine

Lonicera periclymenum, Einde-Gooi, 13.vi.2002

mijn

Bruinige voldiepe, opgebolde blaasmijn, meestal aan de bladrand. Veelal is er een centrale bruine vlek. Ei aan de bladonderzijde (Bland, 1996a). Vaak 2-3 larven in een mijn. De larve verpopt zich buiten de mijn.

waardplanten

Caprifoliaceae, bijna monofaag

Lonicera periclymenum, tatarica, xylosteum; Symphoricarpos albus.

Voorkomen op Symphoricarpos wel heel schaars.

fenologie

Larven van juni tot begin augustus (eigen Nederlandse waarnemingen alleen in juni).

BENELUX

BE waargenomen (Phegea, 2009).

NE waargenomen (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2009).

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2009).

verspreiding binnen Europa

Van Zweden en Finland tot de Pyreneeën en Slowakije, en van Ierland tot de Baltische Staten en Polen (Fauna Europaea, 2009).

larve

pop

Beschreven door Patočka (1997a, 1999a), Patočka & Turčáni (2005a).

synoniemen

Perittia oleae: auct. nec (Haworth, 1828).

literatuur

Baran, Mazurkiewicz & Palka (2007a), Bland (1996a), Buszko (1990a), Gielis, Huisman, Kuchlein ao (1985a), Hering (1923a, 1926b, 1957a), Huisman & Koster (1994a), Huisman, Koster, van Nieukerken & Ulenberg (2004a), Klimesch (1942a), Kuchlein & Donner (1993a), Kuchlein & de Vos (1999a), Parenti & Varalda (1994a), Patočka (1997a, 1999a), Patočka & Turčáni (2005a), De Prins (1998a), Robbins (1991a), Skala (1949a), Sønderup (1949a), Sruoga & Ivinskis (2005a), Szőcs (1977a), Traugott-Olsen & Nielsen (1977a), Wörz (1957a).

mod 5.viii.2019