Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Spuleria flavicaput

Spuleria flavicaput (Haworth, 1828)

geelkopmot

op meidoorn

Spuleria flavicaput: exit slit in Crataegus branch

Crataegus, UK, Norfolk, Downham Market, 23.iii.2020 © Rob Edmunds; conformation Ben Smart

parasiet

De larve leeft gedurende de nazomer in een gang in een boorgang in het merg van een jonge dunne twijg. De ca 3 cm lange gang loopt van de basis van de scheut naar boven. Er wordt geen frass uitgeworpen, evenmin bevindt zich frass in de boorgang. Aan het einde van de gang maakt de larve een smal-ovale uitvliegopening. De gang wordt kort onder de uitgang met spinsel dichtgemaakt. De verpopping volgt in de late herfst, in de boorgang.

waardplanten

Rosaceae, monofaag

Crataegus laevigata, monogyna.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

pop

Zie Patočka.

synoniemen

Spuleria aurifrontella (Geyer, 1832).

literatuur

Emmet & Langmaid (2002b), Gerstberger (2000a), Klimesch (1960a), Koster & Sinev (2003a), Kuchlein, Gielis, Huisman ao (1988a), Patočka (1997a), De Prins & Steeman (2011a).

Laatste bewerking 25.iii.2020