Syncopacma cincticulella (Bruand, 1851)

mijn

De jonge larve maakt een voldiepe brede gangmijn van 3-5 mm lang, met onregelmatige uitbochtingen, die meestal bij de hoofdnerf van het deelblaadje begint; oudere larven mineren ook nog, maar vanuit een spinsel waarmee de blaadjes aan elkaar of aan de blad-as worden vastgehecht.

waardplanten

Fabaceae, oligofaag

Astragalus glycyphyllos; Cytisus scoparius; Dorycnium; Genista germanica, tinctoria; Ornithopusl Securigera varia.

fenologie

Larven in mei, en augustus-september (Hering, 1957a).

BENELUX

Niet bekend uit de Benelux-landen (Fauna Europaea, 2009).

verspreiding binnen Europa

Ten zuiden van de lijn Duitsland – Ukraine, maar lijkt te ontbreken in het Balkan-schiereiland (Fauna Europaea, 2009).

larve

Vuilgeel-wit, met 6 roodachtige lengtelijnen.

synoniemen

Anacampsis, Aproaerema cincticulella. In het verleden veel verward met S. vinella.

literatuur

Baran (2001a), Bland, Heckford & Langmaid (2002a), Buhr (1935b, 1964a), Chrétien (1927a), Elsner, Huemer & Tokár (1999a), Hering (1957a), Huemer (2012a), Klimesch (1958a), Skala (1950a), Skala & Zavřel (1945a), Szőcs (1977a).

mod 13.ix.2018