Chrysoesthia eppelsheimi (Staudinger, 1885)

mijn

Aanvankelijk een min of meer kronkelende gang met bruine frass, die zich verwijdt tot een voldiepe, zeer doorzichtige langgerekte blaas met een centrale accumulatie van zwarte frass. Mijn vooral in de lagere bladeren.

waardplanten

Caryophyllaceae, monophagous

Silene flavescens, nutans, vulgaris.

fenologie

Larven in juni en september (Hering, 1957a).

BENELUX

Niet bekend uit de Benelux-landen (Fauna Europaea, 2010).

verspreiding binnen Europa

Centraal Europa; omdat een deel van de vermeldingen wellicht betrekking heeft op de kortgeleden beschreven Chr. verrucosa is het verspreidingsbeeld niet heel definitief.

pop

Beschreven door Patočka & Turčáni (2005a).

synoniemen

Chrysopora, Microsetia eppelsheimi.

literatuur

Beiger (1979a), Elsner, Huemer & Tokár (1999a), Hering (1957a), ten Holt & Kuchlein (2006a), Klimesch (1956c, 1958a), Patočka & Turčáni (2005a), Pröse (1995a), Schütze (1931a), Skala (1950a), Szőcs (1977a).

mod 27.ii.2018