Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Monochroa moyses

Monochroa moyses Uffen, 1991

zeeuwse boegsprietmot

mijn

Voldiepe gangmijn, tot 10 cm lang, niet beperkt tot een bepaald deel van de bladschijf. De aanvankelijke breedte is nog geen mm, loopt later op tot ca 25 mm. Meestal loop de mijn in de richting van de bladtop. De mijn begint met een onderzijdig gaatje waar de larve is binnengedrongen. De larve verlaat de mijn voor de overwintering, en ook dat gebeurt via een onderzijdige opening. Alle frass wordt verwijderd; de larve verlaat daarvoor de mijn via de entrée, en heeft daar een vangnetje van spinsel, waarin ook wel frasskorrels blijven hangen.

waardplanten

Cyperaceae, ? oligofaag

Bolboschoenus maritimus.

Misschien ook Sirpus sylvaticus.

fenologie

Larven in juli-augustus (Uffen, 1991a), midden augustus-midden of eind september (Bland ea, 2002a).

BENELUX

BE waargenomen (Phegea, 2010).

NE waargenomen (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2010).

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2010).

verspreiding binnen Europa

Engeland, Benelux, Portugal (Fauna Europaea, 2010).

larve

Lichaam, inclusief prothoracale en anale plaat en borstpoten rozewit; kop lichtbruin (Bland ea, 2002a).

literatuur

Bland, Corley, Emmet ao (2002a), Buschmann & PastorĂ¡lis (2015a), Huisman & Koster (1994a, 2000a), Huisman, Koster, van Nieukerken & Ellis (2009a), Huisman, Koster, Nieukerken & Ulenberg (2003a), Jansen (2005a), Kuchlein & de Vos (1999a), Stark & Buchner (2016a), Uffen (1991a).

Laatste bewerking 9.ii.2020