Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Monochroa tetragonella

Monochroa tetragonella (Stainton, 1885)

olijfkleurige boegsprietmot

mijn

In het najaar mineert de larve een aantal van de bovenste bladeren geheel uit, van het ene blad door de stengel naar het ander verhuizend. De gemineerde bladeren bevatten veel, compacte zwarte frass. Na de overwintering leeft de larve als stengelboorder. Aangetaste plantendelen verbleken en verwelken.

waardplanten

Primulaceae, monofaag

Glaux maritima.

fenologie

Larven van september tot april.

BENELUX

BE waargenomen (Phegea, 2011).

NE waargenomen (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2011).

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2011).

verspreiding binnen Europa

Fennoscandia en Van Noord-Rusland tot België en Duitsland, en van Engeland tot Zuid-Rusland (Fauna Europaea, 2011).

larve

Lichaam karmijnrood met minuscule zwarte pinacula; kop okergeel, prothorcale plaat donkerbruin (Bland ea).

synoniemen

Aristotelia, Monochroa, Xystophora gudmanni Larsen, 1927 (?)

opmerkingen

De synonymie is waarschijnlijk (op grond van de beschrijvingen van de biologie) maar een definitieve bevestiging ervan heb ik niet gevonden. Hering (1957a) vermeldt Rebel als de auteur van gudmani, maar dit berust vermoedelijk op verwisseling met Depressaria gudmanni, een geheel andere soort.

literatuur

Bland, Corley, Emmet ao (2002a), Hering (1930b, 1957a), Huisman & Koster (1994a), Huisman, Kuchlein, van Nieukerken ao (1986a), Kaitila 1996a), Rickert (2010a, 2011a), Skala (1950a), Sønderup (1949a), Wegner (2010a).

Laatste bewerking 9.ii.2020