Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Gelechia hippophaella

Gelechia hippophaella (Schrank, 1802)

duindoornpalpmot

mijn

Onregelmatige gang- of blaasmijn. Na verloop van tijd gaan de larven vrij leven, tussen samengesponnen bladeren (Hering (1957a). Bland ea (2002a) schrijven slechts dat de larven leven tussen de blaadjes van de topscheuten, die stevig, plat op elkaar zijn gesponnen. Ook Elsner ea (1995a) zeggen niets over een minerende levenswijze.

waardplanten

Elaeagnaceae, monofaag

Hippophae rhamnoides.

fenologie

Larven mineren in juni-juli (Hering, 1957a).

BENELUX

BE waargenomen (Phegea, 2010).

NE waargenomen (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2010).

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2010).

verspreiding binnen Europa

Van Fennoscandia tot de Pyreneeën, Italië en Roemenië, en van Engeland tot de Ukraine (Fauna Europaea, 2010).

larve

Lichaam bleek grijsgroen (in het laatste stadium rose overlopen), met een bleke lengtelijn over de spiracula; pinacula klein, zwart. Kop lichtbruin, donkerbruin gevlekt. Prothoracale plaat grijsgroen, lichtbruin gespikkeld. Anale plaat grijsgroen, donkergroen getekend (Bland ea, 2002a).

pop

Zie Patočka & Turčáni (2005a).

literatuur

Bland, Corley, Emmet ao (2002a), Elsner, Huemer & Tokár (1995a), Hering (1957a), Kaitila (1996a), Kuchlein & Donner (1993a), Kuchlein & de Vos (1999a), Patočka & Turčáni (2005a), De Prins (1998a), Skala (1950a), Sønderup (1949a), Szőcs (1977a), Thomann (1956a), Ureche (2010a), Wegner (2010a), Wegner, Kayser & van Loh (2007a).

Laatste bewerking 17.ii.2020