Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Caryocolum marmorea

Caryocolum marmorea (Haworth, 1828)

oranje kustmot

mijn

De jonge larve maakt bij Cerastium een onregelmatige, halfdoorschijnende bovenzijdige gang meestal van de bladtop tot de basis, langs de hoofdnerf of langs de bladrand. Het oudste deel van de gang is gevuld met groenbruine frass. Vanuit het blad boort de larve zich vervolgens in in de stengel. Of de larve ook bij Silene mineert is niet bekend. De oudere larve vreet aan het blad vanuit een spinselbuis, of tussen samen-gesponnen bladeren.

waardplanten

Caryophyllaceae, oligofaag

Cerastium fontanum, semidecandrum; Silene nocteolens, otites.

fenologie

Minerende larve in januari – februari.

BENELUX

BE waargenomen (Phegea, 2011).

NE waargenomen (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2011).

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2011).

verspreiding binnen Europa

Van Scandinavië tot de Middellandse Zee-eilanden, an van Ierland tot Polen, Hongarije en Griekenland (Fauna Europaea, 2011). Ook op de Canarische Eilanden en Madeira (Huemer & Karsholt, 2010a).

larve

Kop en prothoracale plaat zwart. Lichaam groengeel met drie vuilgroene dorsale lengtelijnen. Anale plaat zwartbruin (Bland ea, 2002a).

parasiet

Caryocolum marmoreum

literatuur

Aguiar & Karsholt (2006a), Bland, Corley, Emmet ao (2002a), Corley (2005a), Haslberger, Grünewald, Lichtmannecker, ao (2012a), Heckford (2000a), Huemer (1988b), Huemer & Karsholt (2010a), Klimesch (1954a), Kolbeck, Lichtmannecker & Pröse (2005a), Schütze (1931a), Wegner (2010a).

Laatste bewerking 21.ii.2020