“Gnorimoschema ochraceellum” (Chrétien, 1915)

mijn

Mijn sterk gelijkend op die van Scrobipalpa acuminatella: een langgerekte gang, op, deels ook in, de hoofdnerf, van waaruit uitlopers het blad ingaan die later versmelten. De larve mineert levenslang; verpopping extern.

waardplanten

Asteraceae

Cirsium erisithales; Echinops spinosissimus.

larve

Lichaam groen met rode lengtelijnen en vlekken. Thorax-segmenten 1 en 2, en de voorste helft van 3 rood (Hering, 1957a).

fenologie

Larven van november tot januari, dan weer in april, mei (Hering, 1957a).

opmerkingen

De soort wordt door Hering en Maček geciteerd als “Gnorimoschema ochraceellum Chrét.” De oorspronkelijke combinatie is Lita ochraceella Chrétien, 1915; ik weet niet in welk genus de soort tegenwoordig geplaatst wordt.

Hering vermeldt dat de soort uit Noord-Afrika geassocieerd met Echinops, Maček associeert hem met Cirsium in Slovenië. Lita ochraceella is echter geen Europese soort (Huemer & Karsholt, 2010a), en het is onduidelijk hoe Maček tot deze determinatie gekomen is.

literatuur

Hering (1957a), Huemer & Karsholt (2010a), Maček (1999a).

mod 11.ix.2018