Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Recurvaria nanella

Recurvaria nanella (Denis & Schiffermüller, 1775)

fruitpalpmot

op Prunus, etc.

Recurvaria nanella: mine on Prunus cerasifera

Prunus cerasifera, Hongarije, Budapest, 5.x.2017 © László Érsek

Recurvaria nanella: mine on Prunus cerasifera

mijn, bovenzijde

Recurvaria nanella: mine on Prunus cerasifera

zelfde mijn, onderzijde

Recurvaria nanella: larva

larve

Recurvaria nanella: larva

ander beeld

Recurvaria nanella mine

Pyrus communis, België, Luik, 4.x.2010 © Jean-Yves Baugnée

Recurvaria nanella mine

detail

Recurvaria nanella mine

Malus domestica, België, Luik, 3.x.2010 © Jean-Yves Baugnée

mijn

Vertakte, soms stellate, smalle, bruinige, zeer doorzichtige, soms lange, gangmijn, bijna zonder frass. De frass wordt uitgeworpen middels een paar zeer kleine openingen, die meestal dichtbij een nerf liggen. Alleen de jonge larven mineren.

waardplanten

Rosaceae, oligofaag

Amelanchier ovalis; Chaenomeles; Cotoneaster; Crataegus laevigata, monogyna; Cydonia oblonga; Malus domestica, ringo, sylvestris; Mespilus germanica; Prunus armeniaca, avium, cerasus, domestica & subsp. insititia, dulcis, mahaleb, persica, serrulata, spinosa; Pyrus communis; Sorbus.

Ook Betula (Requena). Belangrijkste waardplanten, in elk geval in Engeland, zijn Malus, Pyrus, Prunus spinosa (Bland ao, 2002a)

Door Elsner ea (1999a) ook vermeld van “Cerasus serratula”; bedoeld wordt waarschijnlijk Prunus serrulata.

Af en toe worden waarnemingen gemeld op Corylus avellana, Rhamnus en Betula. Gemeenschappelijk optreden op Rosaceae en berk komt vrij vaak voor, maar de andere gevallen betreffen waarschijnlijk xenophagie.

fenologie

Larven mineren van augustus tot october; na de overwintering leven ze vrij in de knoppen en tussen jonge bladeren (Hering, 1957a).

BENELUX

BE waargenomen (Phegea, 2009).

NE waargenomen (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2009).

LUX waargenomen (Fauna Europaea, 2009).

verspreiding binnen Europa

vrijwel geheel Europa, maar niet in Ierland en weinig in het noorden (Fauna Europaea, 2009).

larve

Larve roodbruin, kop en prothoracale plaat zwart (Bland ea, 2002a).

pop

Beschreven door Patočka & Turčáni (2005a).

opmerkingen

Lijkt achteruit te gaan (Bland ea, 2002a).

Elsner ea (1999a) noemen ook Recurvaria leucoptera (Clerck, 1758) als mineerder, van een lange reeks Rosaceae en, met vraagtekens, Rhamnus en Acer. Bij de bespreking van de biologie van deze soort door Bland ea (2002a) wordt echter met geen woord over mineren gerept.

literatuur

Baldizzone (2004a), Baldizzone & Scalercio (2018a), Benander (1937a), Biesenbaum (2001c), Bland, Corley, Emmet ao (2002a), Buhr (1935b, 1964a), Drăghia (1970a, 1972a), Elsner, Huemer & Tokár (1999a), van Frankenhuyzen & Houtman (1972a), van Frankenhuyzen Houtman & Kabos (1982a), Haase (1942a), Hartig (1939a), Hering (1932g, 1957a), Huber (1969a), Huemer (1988a, 2012a), Klimesch (1050c, 1958a), Klimesch & Skala (1936a), Kozlov, van Nieukerken, Zverev & Zvereva (2013a), Leutsch (2011a), Lhomme (1934c), Maček (1999a), Patočka & Turčáni (2005a), De Prins (2010a), De Prins & Steeman (2011a), Requena (2009a), Robbins (1991a), Sefrová (2005a), Skala (1950a, 1951a), Skala & Zavřel (1945a), Szőcs (1977a), Vegliante & Zilli (2007a).

Laatste bewerking 11.iv.2021