Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Mompha propinquella

Mompha propinquella (Stainton, 1851)

bonte wilgenroosjesmot

mijn

Grote voldiepe blaasmijn in de onderste bladeren; veel frass in grove korrels. De larve kan de mijn verlaten en elders een nieuwe mijn maken. Verpopping in de mijn of in de grond. Mijnen zijn niet te onderscheiden van die van Mompha lacteella.

waardplanten

Onagraceae, monofaag

Epilobium hirsutum, montanum, palustre.

fenologie

Mijnen in het vroege voorjaar (Koster, 2002b).

BENELUX

BE waargenomen (Phegea, 2010).

NE waargenomen (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2010).

LUX waargenomen (Fauna Europaea, 2010).

verspreiding binnen Europa

Vrijwel geheel Europa, uitgezonderd de Middellandse Zee-eilanden en grote delen van het Balkan-Schiereiland (Fauna Europaea, 2010).

larve

Lichaam bruinrood; kop zwart; prothoracale plaat bestaat uit twee donkerbruine rechthoekige plaatjes; anale plaat lichtbruin, borstpoten donkerbruin (Koster, 2002b; Koster & Sinev, 2003a).

literatuur

Ahr (1966a), Buhr (1935b), Corley, Maravalhas & Passos de Carvalho (2006a), Emmet & Langmaid (2002b), Hering (1957a), Huemer (1986b), Huisman, Koster, van Nieukerken & Ulenberg (2003a), Klimesch (1960a), Koster (2002b), Koster & Sinev (2003a), Kuchlein & Donner (1993a), Kuchlein & de Vos (1999a), Leutsch (2011a), Maček (1999a), Pinzari, Pinzari & Zilli (2013a), De Prins (1998a), Robbins (1991a), Skala (1949a), Sønderup (1949a), Szőcs (1977a).

Laatste bewerking 14.viii.2019