Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Bucculatrix gnaphaliella

Bucculatrix gnaphaliella (Treitschke, 1833)

mijn

De larve maakt in de herfst een draaddunne gang met centrale frass-lijn; in het voorjaar wordt die voortgezet in een veel bredere gang, maar al spoedig gaat de larve vrij leven en maakt vanuit de bladonderzijde vlekmijnen. Volgens Klimesch (1937b) leeft de larve uiteindelijk als scheutboorder. Verpopping in een wittige, spoelvormige cocon zonder lengteribbels.

waardplanten

Asteraceae, oligofaag

Gnaphalium; Helichrysum arenarium.

fenologie

Van de herfst tot mei volgend jaar; een tweede larve-generatie, in juli, leeft vrij (Hering, 1957a).

BENELUX

BE waargenomen (Dodinval, 1997a).

NE niet waargenomen (Fauna Europaea, 2009).

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2009).

verspreiding binnen Europa

Van Zweden en de Baltische Staten tot de Pyreneeën, Italië en Roemenië, en van Frankrijk tot Rusland (Fauna Europaea, 2009).

larve

Lichtgeel, pronotum met zwarte punten (Hering, 1957a).

pop

Beschreven door Patočka (1996a), Patočka & Turčáni (2005a).

literatuur

Bengtsson & Johansson (2011a), Biesenbaum (2010a), Buhr (1935b), Burmann (1991a), Buszko (1992b), Dodinval (1997a), Hering (1957a), Klimesch (1937b), Patočka (1996a), Patočka & Turčáni (2005a), Sønderup (1949a), Svensson (1971a), Szőcs (1977a).

Laatste bewerking 14.i.2020