Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Aristaea pavoniella

Aristaea pavoniella (Zeller, 1847)

Aristaea pavoniella: mine on Bellidiastrum michelii

Bellidiastrum michelii, Zwitserland, Graubünden, Schuders, 1512 m © Sifra Corver

Aristaea pavoniella: larva

larve

Aristaea pavoniella: larva

anders aspect

mijn

De mijn begint met een heel ondiepe, onderzijdige gang; deze gaat over in een grote, sterk opgeblazen, voldiepe vouwmijn die aan de bladbovenzijde een opvallende, scherpe kiel vertoont. In deze kiel bevindt zich een cocon, waarin de larve zich tijdens eetpauzes terugtrekt. Verpopping buiten de mijn.

waardplanten

Asteraceae, nauw oligofaag

Aster alpinus, amellus; Bellidiastrum michelii (= Aster bellidiastrum).

Hering (1921a) vermeldt ook Aster tripolium, maar dat wordt later niet meer herhaald, ook niet door hemzelf.

fenologie

Larven in juni-juli en september-october (Hering, 1957a).

BENELUX

Niet bekend uit de Benelux-landen (Fauna Europaea, 2009).

verspreiding binnen Europa

Van Duitsland en Polen tot Italië; daarnaast ook Midden- en Zuid-Rusland (Fauna Europaea, 2009).

pop

Beschreven door Patočka (2001b), Patočka & Turčáni (2005a).

synoniemen

Micrurapteryx pavoniella.

literatuur

Baran & Rynarzewski (2008a), Hartig (1939a), Hering (1921a, 1928a, 1957a), Klimesch (1942c, 1950c, 1951b), Patočka (2001b), Patočka & Turčáni (2005a), Szabóky (2013a), Szőcs (1977a).

Laatste bewerking 3.ii.2020