Callisto coffeella (Zetterstedt, 1839)

mijn

De larve maakt aanvankelijk een kort epidermaal gangetje gevolgd door een duidelijk geplooid onderzijdig vouwmijntje. Na enige tijd wordt de mijn verlaten en leeft de larve vrij in een naar beneden omgeslagen, en met spinsel vastgezette bladrand. Bij kleine blaadjes worden de bladhelften eenvoudig tegen elkaar gesponnen. Twee van zulke bladvouwen worden gemaakt en leeggegeten.

De bladvouwen met de vrijlevende larven lijken sterk op het werk van een bladwespen-larve op dezelfde plant; daar wordt de vouw echter niet met spinsel vastgezet (Bland, 1993a).

waardplanten

Salicaceae, monofaag

Salix arbuscula, glabra, myrsinifolia, phylicifolia, repens, silesiaca, waldsteiniana.

Door Maček (1999a) ook vermeld van Salix alba en caprea; omdat dit laagland-soorten zijn is nadere bevestiging noodzakelijk.

fenologie

Larven in juli-augustus (Hering, 1957a).

verspreiding binnen Europa

Van Fennoscandia en Noord-Rusland tot de Pyreneeën, Italië en Roemenië, en van Schotland tot de Ukraïne; boreomontane soort (Fauna Europaea, 2010).

larve

Zie Bland (1993a).

pop

Zie Patočka & Turčáni (2005a).

synoniemen

Callisto interruptella (Zetterstedt, 1839); |C. blandella Müller-Rutz, 1920.

opmerkingen

De naam moet niet worden verward met Leucoptera coffeella (Guérin-Ménéville, 1842). Dat is een plaag in de koffiecultuur, waarover zeer veel literatuur bestaat.

literatuur

Baldizzone (2008a), Bengtsson & Johansson (2011a), Bland (1993a), Buszko (1992b), Buszko & Baraniak (1987a), Deutsch (2017a), Emmet, Watkinson & Wilson (1985a), Hering (1957a), Kirichenko, Huemer, Deutsch ao (2015a), Klimesch (1950c), Kozlov & Kullberg (2006a), Maček (1999a), Palmer ao (1984a), Patočka & Turčáni (2005a), Szőcs (1977a).

mod 5.iii.2018