Caloptilia alchimiella (Scopoli, 1763)

goudvleksteltmot

Caloptilia alchimiella mine

Fagus sylvatica, Duin en Kruidberg

mijn in detail

mijn

De mijn begint als een smal onderzijdig epidermaal gangetje, dat zichzelf bij herhaling oversnijdt. In een volgend stadium wordt de mijn voldiep. Het blijft een kleine mijn, rechthoekig of vaker, in een nerfoksel, driehoekig, met de frass langs de rand. De halfvolgroeide larve verlaat de mijn en leeft vervolgens vrij in achtereenvolgens twee of drie naar bendeden opgerolde bladlobben. Verpopping in een witte cocon.

Er is in de mijnen of larven geen verschil met C. robustella. Bovendien bestaat er overlap in de tijd tussen de ene larvengeneratie van C. alchmiella, en de tweede larvengeneratie van robustella. Beide soorten zijn alleen te onderscheiden aan de poppen en de imagines.

waardplanten

Fagaceae, oligofaag

Castanea sativa; Fagus orientalis, sylvatica; Quercus cerris, macranthera, petraea & subsp. iberica, pubescens, robur.

fenologie

Bewoonde mijnen in juli-augustus; vrijlevende larven tot in october (Emmet ea, 1985a).

BENELUX

BE waargenomen (Phegea, 2010).

NE waargenomen (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2010).

LUX waargenomen (Fauna Europaea, 2010).

verspreiding binnen Europa

Heel Europa, uitgezonderd de Middellandse Zee-eilanden (Fauna Europaea, 2010).

pop

Zie Patočka & Turčáni (2005a) en Patočka & Zach (1995a) voor verschillen met robustella in de pop.

opmerkingen

Omdat de verwante C. robustella Jäckh, 1972 pas betrekkelijk kort geleden onderscheiden werd, heeft de literatuur van voor die datum betrekking op beide soorten.

literatuur

Baldizzone (2004a), Bengtsson & Johansson (2011a), Biesenbaum (2010a), SCS Brown (1947a), Buhr (1936a, 1964a, 1965a), Buszko (1992b), Buszko & Beshkov (2004a), Deutschmann (2008a), Drăghia (1972a), Emmet, Watkinson & Wilson (1985a), Hering (1925b, 1932g, 1934a, 1935a, 1957a), Huber (1969a), Huemer (2012a), Jaworski (2009a), Klimesch (1950c), Kuchlein & Donner (1993a), Kuchlein & de Vos (1999a), Lempke (1976a), Leutsch (2011a), Maček (1999a), Nowakowski (1954a), Opheim (1977a), Patočka & Turčáni (2005a), Patočka & Zach (1995a), De Prins (1998a), Robbins (1991a), Schütze (1931a), Sefrová (2005a), Skala (1941a, 1951a), Skala & Zavřel (1945a), Sønderup (1949a), Stolnicu (2007a), Szőcs (1977a), Tomov & Dimitrov (2007a), Tomov & Krusteva (2007a), Ureche (2010a), Zoerner (1969a, 1970a).