Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Caloptilia fribergensis

Caloptilia fribergensis (Fritzsche, 1871)

Phyllonorycter monspessulanella: mine and leaf roll

uit Klimesch (1942a: Gracillaria monspessulanella)

mijn

Epidermale gang, later blaas, tenslotte een klein voldiep mijntje, meestal in een nerfoksel. De oudere larve verlaat deze mijn en leeft dan vrij. In kleine bladeren leeft de larve dan in een bladrol, bij grotere bladeren leeft hij onder een omgeslagen bladslip (Klimesch, 1942a). Verpopping in een gelige, zeer transparante cocon.

waardplanten

Sapindaceae, monofaag

Acer monspessulanum, pseudoplatanus.

Een mededeling door Hering (1961a) dat de soort ook gevonden is op Staphylea pinnata lijkt op zichzelf te staan.

fenologie

Larven in juli, augustus (Hering, 1957a).

BENELUX

Niet bekend uit de Benelux-landen (Fauna Europaea, 2009).

verspreiding binnen Europa

Van Frankrijk, Duitsland, Polen en Midden-Rusland zuidwaarts tot het Iberisch Schiereiland, Italië en Macedonië (Fauna Europaea, 2009).

larve

Grijsgeel (Hering, 1957a).

pop

Beschreven door Patočka & Zach (1995a), Patočka & Turčáni (2005a).

synoniemen

Caloptilia, Gracillaria, monspessulanella (Klimesch, 1942).

literatuur

Baran (200a), Biesenbaum (2010a), Buszko (1992b,c), Buszko & Beshkov (2004a), Corley, Maravalhas & Passos de Carvalho (2006a), Corver, Muus & Ellis (2011a), Hering (1934b, 1957a, 1961a), Klimesch (1942a, 1956c), A & Z Laštůvka (2011a, 2014a), Maček (1999a), Patočka & Turčáni (2005a), Patočka & Zach (1995a), De Prins (2010b, 2011a), Szőcs (1977a), Tomov & Krusteva (2007a), Wieser (2004a).

Laatste bewerking 26.x.2019