Caloptilia hauderi (Rebel, 1906)

Lepidoptera,
Gracillariidae

mijn

De larve maakt een onderzijdige gang, die overgaat in een blaasmijn waar al het bladweefsel behalve de nerven wordt weggegeten. Latere larvestadia leven vrij; ze leven dan in drie
opeenvolgende bladrolletjes gemaakt van naar beneden ingerolde bladslippen.

waardplanten

Sapindaceae, monofaag

Acer campestre, pseudoplatanus.

fenologie

Larven in mei-juni (Hering, 1957a).

BENELUX

BE uit België gemeld door J & W De Prins & Jacobs (2005a), maar de determinatie wordt betwijfeld door Langmaid ea (2011a) en is ingetrokken door De Prins & Steeman (2011a).

NE niet waargenomen (Fauna Europaea, 2011).

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2011).

verspreiding binnen Europa

Van Tsjechië tot Italië en van Engeland tot Roemenië (Fauna Europaea, 2011).

larve

Lichaam geel, kop geelwit (Hering, 1957a).

synoniemen

Calybites, Gracillaria hauderi; Caloptilia, Gracillaria, pyrenaeella (Chrétien, 1908).

opmerkingen

C. hauderi werd als een Britse soort beschouwd, onder meer door Emmet ea (1985a). Door Langmaid ea (2011a) werd echter ontdekt dat een andere Britse soort, Caloptilia semifascia, niet één maar twee generaties per jaar had, en dat de eerste generatie was wat tot dan toe voor hauderi werd aangezien.

literatuur

Brown (1947a), Corver, Muus & Ellis (2011a), Emmet, Watkinson & Wilson (1985a), Ford (1933a), Hauder & Mitterberger (1916a), Hering (1957a), Langmaid, Satller & Lopez-Vaamonde (2011a), Maček (1999a), J & W De Prins & Jacobs (2005a), De Prins & Steeman (2011a), Szőcs (1977a).

01/01/2013

mod 18.vii.2017