Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Caloptilia populetorum

Caloptilia populetorum (Zeller, 1839)

witte berkensteltmot

Caloptilia cf populetorum leaf rolls

Betula pendula x pubescens, Doorn, Moersbergen, 10.ix.2020 © Ben van As

Caloptilia cf populetorum leaf rolls

Betula pendula, Amerongse Berg, 24.ix.2020 © Ben van As

Caloptilia populetorum leaf roll

Betula pendula, boswachterij Gieten, 3.x.2010 © Kees Boele: vroege bladrol

Caloptilia populetorum leaf roll

laatste bladrol

Caloptilia cf populetorum: cocoon in Betula pendula

Betula pendula, België, Luik, Terril Batterie Nouveau, 18.x.2010 © Jean-Yves Baugnée: cocon (determinatie niet zeker, zou ook betulicola kunnen zijn)

mijn

De mijn is aanvankelijk epidermaal, en vrij groot, soms de hele lengte van het blad beslaand. In een later stadium vreet de larva aan het parenchym onder de epidermis, en gaat de mijn over in een echte vouwmijn. In dit stadium wordt het blad sterk opgebold. De epidermis is bruin. De mijn kan zowel onderzijdig als bovenzijdig zijn. Na het verlaten van de mijn verhuist de larve tweemaal. Eerst leeft hij in een opgerold, soms alleen maar omgeslagen bladrand, vervolgens leeft hij in een in de lengte opgerold blad. Verpopping in een cocon aan de bladonderzijde.

waardplanten

Betulaceae, monofaag

Betula pendula, pubescens.

Uitgesproken voorkeur voor B. pendula, zulks in tegenstelling tot C. betulicola, die indifferent is (Buszko, 1992c).

fenologie

Larven in juli-augustus, poppen in eind juli-september (Emmet ea, 1985a).

BENELUX

BE waargenomen (Steeman & De Prins, 2005a).

NE waargenomen (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2009).

LUX waargenomen (Fauna Europaea, 2009).

verspreiding binnen Europa

Europa, uitgezonderd Italië, het Balkan-Schiereiland en de Middellandse Zee-eilanden (Fauna Europaea, 2009).

larve

Wittig, de kop bleekbruin; geen zwarte vlekjes op het pronotum (Brown, 1947a).

pop

Zie Patočka & Zach (1995a) en Patočka & Turčáni (2005) voor een beschrijving van de pop. Cocon wittig onder een naar beneden omgeslagen bladrand, vaak van de bladrol.

Caloptilia betulicola: pupaCaloptilia populifoliella: pupa

Dorsaal beeld van kop en pronotum van de pop van C. populetorum (links) en C. betulicola (rechts). Het promotum heeft bij populetorum een paar langgerekte plooien, bij betulicola een tweetal ondiepe putjes (uit Patočka & Zachs).

synoniemen

Gracillaria populetorum.

opmerkingen

Lang is verondersteld dat de bladrollen van C. betulicola dwars op de hoofdnerf waren ingerold, die C. populetorum evenwijdig daaraan. Recente foto’s van Ben van As, hierboven, tonen achter scheuten met verscheidene bladrollen die beide patronen laten zien. Blijkbaar zijn de bladrollen van de twee soorten niet te onderscheiden.
De ongelukkige soortnaam heeft tot nogal wat verwarring geleid. Zo staat de soort opgenomen in een tabel voor de populieren-mineerders door Hering (1927a) en wordt hij door Delplanque (1998a) vermeld als aantaster van ratelpopulier en wilg.

literatuur

Bengtsson & Johansson (2011a), Biesenbaum (2010a), SCS Brown (1947a), Buhr (1935a, 1936a, 1964a), Burmann (1943a), Buszko (1992b,c), Buszko & Beshkov (2004a), Corley, Marabuto, Maravalhas ao (2011a), Delplanque (1998a), Deutschmann (2008a), Emmet, Watkinson & Wilson (1985a), Hering (1923a, 1957a), Huisman & Koster (1994a), Huisman, Koster, van Nieukerken & Ulenberg (2005a), Jaworski (2009a), Kuchlein & Donner (1993a), Kuchlein & de Vos (1999a), Kuchlein ao (1988a), Leutsch (2011a), Opheim (1977a), Patočka & Turčáni (2005a), Patočka & Zach (1995a), De Prins (2010a), Robbins (1991a), Schütze (1931a), Steeman & De Prins (2005a), Szőcs (1977a), Thomann (1956a).

Laatste bewerking 6.x.2020