Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Caloptilia robustella

Caloptilia robustella Jäckh, 1972

eikensteltmot

Caloptilia cf robustella: leaf fold

Quercus robur, Boswachterij Nunspeet © Hans Jonkman; determinatie op basis van de datum: 21 september

Caloptilia cf rbustella: free living larva

larve

mijn

Mijn niet te onderscheiden van die van C. alchimiella.

waardplanten

Fagaceae, oligofaag

Fagus sylvatica; Quercus robur.

Volgens Biesenbaum (2010a) ook Castanea sativa.

fenologie

Bewoonde mijnen in mei en dan weer augustus; vrijlevende larven tot in juni en september-october (Emmet ea, 1985a).

BENELUX

BE waargenomen (Phegea, 2010).
NE waargenomen (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2010).
LUX waargenomen (Fauna Europaea, 2010).

verspreiding binnen Europa

Europa, uitgezonderd het Balkan-Schiereiland (Fauna Europaea, 2010).

pop

Zie Patočka & Zach (1995a) en Patočka & Turčáni (2005a) voor verschillen met C. alchimiella.

opmerkingen

Alleen poppen en imagines maken altijd een zekere determinatie mogelijk. Maar minerende larven in mei zijn zeker robustella. En bovendien verpopt volgens Patočka & Zach (1995a) alchimiella zich in een witte cocon, robustella in een geelwitte.
Lijkt meer dan alchimiella een soort te zijn van warme, droge standplaatsen (Kasy, 1979a).

literatuur

Bengtsson & Johansson (2011a), Biesenbaum (2010a), Buszko (1987a, 1992b), Corley, Maravalhas & Passos de Carvalho (2006a), Corley, Rosete, Gonçalves ao (2016a), Deutschmann (2008a), Emmet, Watkinson & Wilson (1996a), Huisman, Koster, van Nieukerken & Ulenberg (2001a, 2003a), Kasy (1979a), Kuchlein & Donner (1993a), Kuchlein & de Vos (1999a), Lempke (1976a), Patočka & Turčáni (2005a), Patočka & Zach (1995a), Pinzari, Pinzari & Zilli (2013a), De Prins (1998a), Pröse (1981a), Robbins (1991a).

Laatste bewerking 23.x.2019