Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Leucospilapteryx omissella

Leucospilapteryx omissella (Stainton, 1848)

bijvoetblaarmot

Leucospilapteryx omissella mines

Artemisia vulgaris, Nieuwendam

Leucospilapteryx omissella mines

Een enkel blad


Voortdurend wordt in de mijn kriskras nieuw spinsel aangebracht, waardoor frasskorrels ten dele ingesponnen raken.

mijn

Bovenzijdige blaasmijn, met een duidelijk geeloranje tint (oude mijnen worden bruin). De larve zet aan de binnenkant van de mijn veel spinsel af, als gevolge waarvan de mijn opbolt (het opgeblazen uiterlijk en de meestal oranje tint onderscheidt de mijn meteen van die van Calycomyza artemisiae, op dezelfde waardplant). Aan de mijn vooraf gaat een lange gang in de onderepidermis, die langs een nerf of de bladrand loopt (maar door de sterk behaarde bladonderzijde bijna niet te vinden is). Tegen dat de larve volgroeid is vreet hij pleksgewijze ook bovenepidermis weg, waardoor de mijnen er pokdalig uit kunnen komen te zien. Zwarte frass in het centrum van de blaas. Verpopping buiten de mijn.

waardplanten

Asteraceae, monofaag

Artemisia campestris, vulgaris.

Slechts zelden op A. campestris; ook op gekweekte Artemisia (Hering, 1957a).

fenologie

Larven in juni-juli en augustus-september (Hering, 1930b; Emmet ea, 1985a).

BENELUX

BE waargenomen (Phegea, 2009).

NE Voor het eerst waargenomen in 1983 (Huisman ea, 1986a), nu plaatselijk algemeen, tot in het centrum van grote steden.

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2009).

verspreiding binnen Europa

Heel Europa, uitgezonderd Ierland en het Balkan-Schiereiland (Fauna Europaea, 2009).

larve

pop

Beschreven door Patočka & Turčáni (2005a).

synoniemen

Acrocercops omissella.

parasitoïden, predatoren

Pnigalio pectinicornis.

literatuur

Ahr (1966a), Beiger (1979a), Bengtsson & Johansson (2011a), Biesenbaum (2010a), Buszko (1992b), Deutschmann (2008a), Emmet, Watkinson & Wilson (1985a), Grandi (1931a, 1933a), Hartig (1939a), Hering (1930b, 1957a), Huisman & Koster (2000a), Huisman, Koster, van Nieukerken & Ulenberg (2004a, 2005a), Huisman, Kuchlein, van Nieukerken ao (1986), Jaworski (2009a), Kasy (1965a), von Kayser & van Loh (2004a), Klimesch (1950c), Kuchlein & Donner (1993a), Kuchlein & de Vos (1999a), Kuroko (1961a), Laštůvka & Laštůvka (2015a), van Nieukerken, Gielis, Huisman ao (1993a), Nowakowski (1954a), Patočka & Turčáni (2005a), Plóciennik, Pawlikiewicz & Jaworski (2011a), De Prins & Steeman (2013a, 2014a), Pröse (1995a), Robbins (1991a), Starý (1930a), Szőcs (1977a), Wieser (2008a), Zoerner (1969a, 1970a).

Laatste bewerking 17.vi.2022