Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Parectopa robiniella

Parectopa robiniella Clemens, 1863

acaciawolkje

op Robinia

Parectopa robiniella: mines on Robinia pseudoacacacia

Robinia pseudoacacia, Elsloo (Fr), 17.ix.2018 © Gerrit Tuinstra

Parectopa robiniella: mines on Robinia pseudoacacacia

beginnende mijnen

Parectopa robiniella: mines on Robinia pseudoacacacia

Robinia pseudoacacia, Makkinga, 17.ix.2018 © Gerrit Tuinstra

Parectopa robiniella: mines on Robinia pseudoacacia

Robinia pseudoacacia, België, prov. Antwerpen, Mol, Molse Nete, Rijsberg, 29.viii.2018 © Carina Van Steenwinkel

Parectopa robiniella: mine on Robinia pseudoacacia

Robinia pseudoacacia, Bulgarije, Varna © Stéphane Claerebout: volgroeide mijnen

Parectopa robiniella: mine on Robinia pseudoacacia

het ei en het onderzijdige beginmijntje

Parectopa robiniella: mine on Robinia pseudoacacia

beginmijn in doorzicht

Parectopa robiniella: mine on Robina pseudoacacia

Robinia pseudoacacia, Frankrijk, dépt. Tarn, Cambounès © Steve Wullaert & Zoe Vanstraelen

Parectopa robiniella: mine on Robina pseudoacacia

larve in de mijn; aan de tint-verschillen is te zien dat een onderzijdig en een bovenzijdige mijn elkaar overlappen

Parectopa robiniella: mine on Robina pseudoacacia

jeugdmijntje

Parectopa robiniella: mine on Robina pseudoacacia

in doorzicht

mijn

Ovipositie aan de bladonderzijde, in een nerfoksel van de hoofdnerf. De larve maakt eerst een onderzijdige blaasmijn, maar boort zich dan door het blad naar boven en maakt daar een grote langgerekte bovenzijdige blaasmijn, bovenop de middennerf; met lobbige uitlopers. De mijn is wittig van kleur. Larve solitair. Verpopping buiten de mijn.

waardplanten

Fabaceae, monofaag

Robinia pseudoacacia.

BENELUX

BE waargenomen (Bagnée, 2014a).

NE In 2018 op verscheidene plaatsen waargenomen.

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2010).

verspreiding binnen Europa

Van Duitsland en Polen tot de Pyreneeën, Italië en Roemenië, en van Frankrijk tot de Ukraine (Fauna Europaea, 2010).

larve

Groenig.

pop

Beschreven door Patočka & Turčáni (2005a).

parasitoïden, predatoren

Closterocerus trifasciatus; Minotetrastichus frontalis.

opmerkingen

Noord-Amerikaanse soort, die zich in 1970 nabij Milaan in Europa aandiende. Nu verspreid in heel Zuid- en Midden-Europa, schijnt zich in onze richting uit te breiden.In Zuid-Europa schadelijk omdat robinia een belangrijke drachtplant is voor honingbijen.

literatuur

Albu & Albu (2018a), Arbeitsgemeinschaft Microlepidoptera in Bayern (2010a), Baugnée (2014a), Béguinot (2010a), Buszko & Beshkov (2004a), Csóka (2001a, 2003a), Embacher, Kurz, Kurz & Gros (2011a), Fazekas (2012b), Graf, Kaiser, Leutsch ao (2013a), Hellrigl (2006a), Huemer & Erlebach (2003a), Huemer ao (1992a), Ivinskis & Rimsaite (2008a), Jaworski (2009a), Kirichenko, Augustin & Kenis (2018a), Kollár (2007a), Kollár & Hrubík (2009a), Kurz & Kurz (2007a), Lakatos ao (2005a), Maček (1999a), Martinez & Chambon (1987a), Matošević, Pernek, Dubravac & Barić (2009a), Melika ao (2006a), Olivella (2005a), Parenti & Varalda (2000a), Patočka & Turčáni (2005a), Sauer (1981a), Sefrová (2005a), Segerer, Haslberger, Grünewald ao (2013a), Stammer (2016a), Steeman & Sierens (2019a), Stolnicu (2007a), Szőcs (1977a), Tomov & Krusteva (2007a), Ureche (2006a, 2010a), Walczak (2011a).

Laatste bewerking 16.vi.2022