Parornix torquillella (Zeller, 1850)

fraaie zebramot

Parornix torquillella: mine on Prunus spinosa

Prunus spinosa, België, prov. Namen, Éprave © Jean-Yves Baugnée

Parornix torquillella: larva in opened mine

Prunus spinosa, België, prov. Namen, Couvin, Frasnes © Stéphane Claerebout

Parornix torquillella: larva

larve

Parornix torquillella: mine on Prunus spinosa

Prunus spinosa, België, prov. Namen, Parc National de Furfooz © Stéphane Claerebout

Parornix torquillella: mine on Prunus spinosa

onderzijde

Parornix torquillella: larva

larve

mijn

De mijn begint als een onderzijdige epidermale gang, die verbreed wordt tot een blaas; uiteindelijk resulteert een kleine, niet sterk opgeblazen rechthoekige of driehoekige vouwmijn, vaak in een nerfoksel. De onderepidermis vertoont geen plooien is wittig en tamelijk doorzichtig. Het bladweefsel wordt weggevreten tot en met het palissadeparenchym. Frass in een klomp in een hoek van de mijn. De larve verlaat de mijn en leeft daarna vrij onder een naar beneden omgeslagen bladtop of bladrand, of een geheel opgerold blad.

waardplanten

Rosaceae, monofaag

Prunus cerasus, domestica & subsp. insititia, maritima, spinosa.

De belangrijkste is P. spinosa.

fenologie

(Emmet ea, 1985a) vermelden de larven van eind juli tot september. De vluchtcurves van de volwassen vlinders in de website microlepidoptera.nl laten zowel voor P. torquillella als voor P. finitimella twee pieken zien in mei en augustus. Dit doet vermoeden torquillella-larven ook ruim vóór eind juli te verwachten zijn.

BENELUX

BE waargenomen (Phegea, 2010).

NE waargenomen (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2010).

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2010).

verspreiding binnen Europa

Bijna heel Europa; ontbreekt in Spanje en delen van het Balkan-schiereiland (Fauna Europaea, 2010).

larve

Geelwit of geelgroen; kop lichtbruin. In tegenstelling tot bij P. finitimella, op dezelfde waardplant, zijn de poten niet zwart maar geelgroen tot lichtbruin (Emmet, 1982a; Emmet, Watkinson & Wilson, 1985a). Zij menen ook een verschil te zien in het aantal vlekken (twee in plaats van vier) op de achterrand van de kop, maar dat lijkt variabel te zijn.

pop

Beschreven door Patočka & Turčáni (2005a).

synoniemen

Ornix torquillella.

literatuur

Baldizzone (2004a), Bengtsson & Johansson (2011a), Biesenbaum (2010a), Buhr (1936a, 1964a), Buszko (1992b), Buszko & Beshkov (2004a), Deutschmann (2008a), Emmet (1982a), Emmet, Watkinson & Wilson (1985a), van Frankenhuyzen & Houtman (1972a), van Frankenhuyzen Houtman & Kabos (1982a), Hartig (1939a), Hering (1932g, 1957a), Huemer (1988a), Jaworski (2009a), Kasy (1983a), Kuchlein & Donner (1993a), Kuchlein & de Vos (1999a), Laštůvka & Laštůvka (2015a), Leutsch (2011a), Maček (1999a), Patočka & Turčáni (2005a), Plóciennik, Pawlikiewicz & Jaworski (2011a), De Prins & Steeman (2011a), Robbins (1991a), Skala & Zavřel (1945a), Sønderup (1949a), Szőcs (1977a, 1981a).

mod 9.i.2019