Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Povolnya leucapennella

Povolnya leucapennella (Stephens, 1835)

fijngevlekte eikensteltmot

mijn

De mijn begint als een smal onderzijdig epidermaal gangetje, overgaande in een ovale, uiteindelijk voldiepe blaasmijn tussen twee zijnerven. De larve leeft later vrij, aanvankelijk in een omgeslagen bladrand, later in een deels ingerolde bladtop. Mogelijk een voorkeur voor jonge bladeren (Meyrick, geciteerd door Emmet ea, 1985a).

waardplanten

Fagaceae, monofaag

Quercus ilex, robur.

Incidenteel Castanea sativa (Heckford, 1993a).

fenologie

Larven waargenomen in juni-juli en september (Emmet ea, 1985a).

BENELUX

BE waargenomen (Phegea, 2010).

NE waargenomen (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2010).

LUX waargenomen (Fauna Europaea, 2010).

verspreiding binnen Europa

Geheel Europa, uitgezonderd delen van het Balkan-schiereiland (Fauna Europaea, 2010).

larve

Lichaam grijswijt, kop bruinig.

pop

Aan de onderzijde van het blad, in een plooi, bedekt met een grijsgroen membraan.

synoniemen

Caloptilia leucapennella; Caloptilia, Coriscium sulphurella (Haworth, 1828).

literatuur

Biesenbaum (2010a), Bengtsson & Johansson (2011a), SCS Brown (1947a), Buhr (1936a), Buszko (1987a, 1992b), Emmet, Watkinson & Wilson (1985a), Heckford (1993a), Kuchlein & Donner (1993a), Kuchlein & de Vos (1999a), Opheim (1977a), Pinzari, Pinzari & Zilli (2013a), De Prins (1998a), Robbins (1991a), Schütze (1931a), Šulcs (1996a).

Laatste bewerking 17.ii.2018