Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Triberta cistifoliella

Triberta cistifoliella (Groschke, 1944)

op Ccistus

mijn

De mijn begint als een onderzijdig epidermaal gangetje langs een dikke nerf, overgaand in een uiteindeljk zeer doorzichtige vouwmijn. De mijn, die vaak een heel blad kan bestaan, is sterk geplooid. Frass in een losse bal. Heel bijzonder is dat de verpopping niet plaatsvindt binnen de mijn, maar in een transparante cocon buiten de mijn.

waardplanten

Cistaceae monofaag

Cistus creticus, monspeliensis, salviifolius.

fenologie

Larven in november, december, dan weer in juni (Groschke, 1944a).

BENELUX

Niet bekend uit de Benelux-landen (Fauna Europaea, 2009).

verspreiding binnen Europa

Van Duitsland tot het Iberisch Schiereiland, Italiƫ en Griekenland; ook Canarische Eilanden (Fauna Europaea, 2009).

synoniemen

Phyllonorycter cisticolella: Hering, 1957a (vergissing).

literatuur

Baldizzone & scalercio (2018a), Groschke (1944a), Hering (1927a, 1957a, 1958a, 1967a), Klimesch (1979a), De Prins, Davis, De Coninck, Sohn & Triberti (2013a).

Laatste bewerking 18.viii.2019