Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Cameraria ohridella larva

Cameraria ohridella

headhead

Aesculus hippocastanum, Nieuwendam; kop, dorsaal en ventraal, van het sapdrinkende stadium

Cameraria ohridella larva

Het allereerste larvestadium is betrekkelijk plomp.

Cameraria ohridella larva

Het volgende stadium, dorsaal…

Cameraria ohridella larva

… en ventraal.

De larven worden beschreven door Sefrová & Skuhravy (2000a). Zoals bij alle Gracillariidae vertonen ze hypermetamorfose, maar op een wijze die toch essentieel verschilt van die bij het verwante geslacht, Phyllonorycter.

Er zijn zes larve-stadia (Sefrová & Skuhravy, 2000a). Tijdens de eerste vier stadia (foto’s hierboven) leeft de larve uitsluitend van celsap. De bouw van de kop en van de monddelen is volledig daarop ingericht. Van de monddelen zijn alleen de mandibels over; die lijken ietwat op een horizontaal gehouden tuinschaar, maar met zeer sterk verbrede bladen die bovendien een gezaagde voorrand hebben. Hiermee worden plantencellen eenvoudig doorgeknipt. De kop loopt naar voren spits toe, met sterk vergrote en verbrede boven- en onderlip, zodat het vrijkomende plantensap niet kan weglopen.

De larven van deze vier stadia hebben geen poten. Het lichaam is sterk afgeplat, in samenhang met de zeer ondiepe mijn waarin ze leven. Elk van de lichaam-segmenten is aan de zijkanten sterk verbreed, zodat larven zich, bij gebrek van poten, daarmee kunnen schrap zetten. De dieren hebben een bijna kleurloze kop, bruine plaatjes op de bovenzijde, en bijna kleurloze plaatjes op de buikzijde van de lichaamssegmenten. De larven in deze vier stadia hebben geen spinklieren.

Cameraria ohridella frass

frass

In samenhang met het dieet is de frass een aanvankelijk nogal vloeibare massa, die opdroogt tot een teerachtige stof; ongewoon is dat deze niet wordt afgezet tegen het plafond van de mijn, maar op de bodem ervan, en wel geconcentreerd in het centrum van de mijn.

Cameraria ohridella larva

larve van het kauwende stadium, dorsaal …

Cameraria ohridella larva

… en ventraal.

Cameraria ohridella sternum

de borstpoten

Cameraria ohridella larva head

kop

De twee laatste larvestadia zien er heel anders uit. Ze zijn veel donkerder gekleurd. Er zijn borst- en buikpoten, ook al stellen de borstpoten weinig voor. Maar vooral zijn de monddelen geheel veranderd. De boven- en onderlip zijn nu onopvallend, klein.

Bij Phyllonorycter treedt een vergelijkbare trendbreuk op (alleen zijn daar de latere stadia juist lichter gekleurd); daar hebben de latere stadia stevige, driehoekige mandibels, waarmee ze cellen kunnen kauwen. In samenhang met het nu vastere voedsel bestaat bij Phyllonorycter de frass vanaf nu uit stevige korreltjes. Bij Cameraria is de situatie heel anders: er zijn wel mandibels, maar die bestaan uit twee kleine restjes; waarschijnlijk zijn ze geheel zonder functie. Deze laatste twee stadia spelen geen rol bij de voedselopname (er is dan ook geen overgang naar een ander frass-type). De twee stadia hebben ogenschijnlijk geen biologische betekenis, en duren dan ook maar heel kort.Toch spelen ze nog één rol: ze hebben spintepels, en vormen de cocon. Meestal stelt die niet veel voor, maar voor poppen die moeten overwinteren, is dat anders.

cameraria, exuvium

Omdat ze slechts kort leven zijn larven van het kauwende stadium wat lastig te vinden. Vaker vind je het exuvium.

19.iv.2010

Laatste bewerking 17.viii.2017