Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Phyllonorycter agilella

Phyllonorycter agilella (Zeller, 1846)

mijn

Onderzijdige, minder vaak bovenzijdige, zwak geplooide vouwmijn; de geplooide zijde van de mijn is wittig. Pop in een zeer ijle cocon (lijkt los in de mijn te liggen).

waardplanten

Ulmaceae, monofaag

Ulmus “campestris”, glabra, laevis, minor.

fenologie

Larven van mei tot augustus (Hering, 1957a); overwintering als imago (Gregor & Patočka, 2001a).

BENELUX

Niet bekend uit de Benelux-landen (Fauna Europaea, 2010).

verspreiding binnen Europa

Van Letland en Centraal Rusland tot de Pyreneeën, Italië en Bulgarije, en van Frankrijk tot Oost-Rusland (Fauna Europaea, 2010).

pop

Beschreven door Gregor & Patočka (2001a) en Patočka & Turčáni (2005a). Cremaster met twee paar vrij zwakke doorns; die van het middelste paar dicht bijeen, die van het buitenste paar haakvormig teruggebogen.

synoniemen

Lithocolletis agilella.

literatuur

Arbeitsgemeinschaft Microlepidoptera in Bayern (2010a), Beiger (1979a), Buhr (1937a, 1964a), Buszko (1992b), Deutschmann (2008a), Gregor & Patočka (2001a), Jaworski (2009a), Kollár (2007a), Kollár & Hrubík (2009a), Kuznetzov & Baryshnikova (2006a), Nel & Varenne (2014a), Patočka & Turčáni (2005a), De Prins (2004a), Schütze (1931a), Skala & Zavřel (1945a), Šulcs (1996a), Surányi (1942a), Szőcs (1977a, 1981a), Tomov & Krusteva (2007a), Yefremova & Kravchenko (2015a).

Laatste bewerking 14.i.2019