Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Phyllonorycter hilarella

Phyllonorycter hilarella (Zetterstedt, 1839)

gebandeerde wilgenvouwmot

mijn

Vrij grote, onderzijdige vouwmijn, meestal tussen twee zijnerven; de bovenzijde is tamelijk sterk opgebold; de onderzijde heeft veel smalle plooitjes, die lastig te zien zijn door de behaarde onderkant van de bladeren. De lichtbruine pop ligt in een stevige goudkleurige cocon. De frass ligt in een klomp in een hoek van de mijn. In de mijn, cocon of pop zijn geen verschillen te zien met Ph. dubitella (Gregor & Patočka, 2001a).

waardplanten

Salicaceae, monofaag

Salix aurita, caprea, cinerea.

Vooral op S. caprea. Hartig (1939a) noemt nog S. appendiculata, Deutsch Salix glabra. Svensson (1966a) kweekte de soort enige malen uit Populus tremula.

fenologie

Larven in juli en september-begin november (Emmet ea, 1985a).

BENELUX

BE waargenomen (Phegea, 2010).

NE waargenomen (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2010).

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2010).

verspreiding binnen Europa

Geheel Europa, uitgezonderd het Balkan-schiereiland en de Middellandse Zee-eilanden (Fauna Europaea, 2010).

pop

synoniemen

Lithocolletis hilarella; Lithocolletis, Phyllonorycter spinolella (Duponchel, 1840); Lithocolletis groenlieni Hering, 1926.

literatuur

Baldizzone (2004a, 2008a), Bengtsson & Johansson (2011a), Buhr (1937a, 1964a), Davis & Deschka (2001a), Deutsch (2012a), Deutschmann (2008a), Emmet, Watkinson & Wilson (1985a), Gregor & Patočka (2001a), Hartig (1939a), Hering (1926b, 1957a), Huber (1969a), Huemer (1986b, 2012a), Klimesch (1950c), Kozlov & Kullberg (2006a), Kuchlein & Donner (1993a), Kuchlein & de Vos (1999a), Kvičala (1938a), Nel & Varenne (2014a), Patočka & Turčáni (2005a), De Prins (1998a), Robbins (1991a), Schmid (2019a), Schütze (1931a), Skala & Zavřel (1945a), Sønderup (1949a), Svensson (1966a), Szőcs (1977a, 1978a, 1981a).

Laatste bewerking 15.ii.2021