Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Phyllonorycter kuhlweiniella

Phyllonorycter kuhlweiniella (Zeller, 1839)

gezaagde eikenvouwmot

Phyllonorycter kuhlweiniella opened mine

Quercus robur, Reusel: geopende mijn, met de pop nog juist zichtbaar in de heel ijle cocon

mijn

Kleine onderzijdige vouwmijn, ca 15 mm lang. Meestal ligt de mijn vlakbij de bladrand, of in een bladlob, en is hij vrijwel bedekt door de omgeslagen bladrand; maar ook komen mijnen voor midden op het blad. De onderepidermis met veel, zeer fijne ribbeltjes. Pop in een grote zeer ijle cocon in een hoek van de mijn, die alleen aan de bovenzijde van de mijn bevestigd is; de meeste frass ligt in een klomp in de andere hoek.

waardplanten

Fagaceae, monofaag

Quercus petraea, pubescens, robur.

fenologie

Larven in juli en september-october (Hering, 1957a).

BENELUX

BE waargenomen (Phegea, 2009).

NE waargenomen (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2009).

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2009).

verspreiding binnen Europa

Van Duitsland tot het Iberisch Schiereiland, Italië en Albanië, en van Engeland tot Centraal- en Zuid-Rusland (Fauna Europaea, 2009).

pop

synoniemen

Lithocolletis hortella (Fabricius, 1794); Lithocolletis, Phyllonorycter saportella (Duponchel, 1840).

opmerkingen

Voornamelijk in hoge bomen (Schütze, 1931a; Hering, 1934a).

literatuur

Buhr (1936a), Buszko (1992b), Deutschmann (2008a), Emmet (1975b, 1982c,d), Emmet, Watkinson & Wilson (1985a), Gregor (1952a), Gregor & Patočka (2001a), Hering (1934a, 1957a), Huber (1969a), Huemer (2012a), Kasy (1979a, 1983a, 1987a), Klimesch (1950c), Kuchlein & Donner (1993a), Kuchlein & de Vos (1999a), Kuznetzov & Baryshnikova (2006a), Maček (1999a), Nel & Varenne (2014a), Patočka & Turčáni (2005a), Robbins (1991a), Schütze (1931a), Šulcs (1996a), Szőcs (1977a, 1981a), Tomov & Dimitrov (2007a).

Laatste bewerking 14.i.2019