Phyllonorycter leucographella (Zeller, 1850)

vuurdoornvouwmot

op Pyracantha

Phyllonorycter leucographella: occupied mine on Pyracantha coccinea

Pyracantha coccinea, Hongarije, Budapest, 10.vi.2018 © László Érsek

Phyllonorycter leucographella: occupied mine on Pyracantha coccinea

zelfde blad, onderzijde: de mijn in volledig beperkt tot het palissade-parenchym

Phyllonorycter leucographella: occupied mine on Pyracantha coccinea

larve in het sap-drinkende stadium, in de mijn

Phyllonorycter leucographella mine

Pyracantha coccinea, Amsterdam

frass

Phyllonorycter leucographella: mine on Sorbus aucuparia

Sorbus aucuparia, België, prov. Namen, Couvin, lieu-dit “Champagnat” © Stéphane Claerebout

Phyllonorycter leucographella: mine on Sorbus aria

Sorbus aria, Denemarken, Sjaelland, Melby (bij Hundested) © Paul van Wielink

mijn

Het ei wordt afgezet op de hoofdnerf bij de basis van het blad. Van daaruit loopt een epidermaal gangtje over de hoofdnerf, dat zich verbreedt tot een bovenzijdige, aanvankelijk epidermale, zilverige, uiteindelijk sterk samengetrokken vouwmijn. Frass in fijne glimmende korreltjes, de meeste in een lijn boven de hoofdnerf, zelden in een klomp in een hoek van de mijn. De epidermis van de mijn heeft veel gele vlekjes, maar geen zwarte spikkels, zoals bij Ph. corylifoliella. De mijn heeft in tegenstelling tot Ph. corylifoliella geen binnenmijn (Emmet, 1998a; Triberti, 2007a).

waardplanten

Rosaceae, oligofaag

Pyracantha coccinea

In de zomer kunnen vanuit dichte populaties ook andere Rosaceae worden bezet, met name Chaenomeles; Cotoneaster lucidus; Crataegus; Cydonia oblonga; Malus; Pyrus; Sorbus aria, torminalis. Walczak ao (2010a) geven een veel langere lijst van soorten (alle Rosaceae) waarop mijnen werden aangetroffen in twee botanische tuinen. Ook al omdat alleen Pyracantha ‘s winters zijn blad houdt en leucographella larven niet in diapause gaan is dit de normale “thuisbasis”. (Sefrová. 1999a; Triberti, 2007a).

In Engeland zijn ook mijnen die vermoedelijk tot deze soort behoren gevonden waargenomen op Fagus sylvatica (Langmaid & Young, 2009a); Ben van As vond soortgelijke mijnen in Nederland (UK leafminers, 2008). Het lijkt er vooralsnog niet de de larven hun ontwikkeling op deze waardplant kunnen voltooien.

Phyllonorycter leucograpgella minies on Fagus sylvatica

Fagus sylvatica, Ben’s herbariumblad met mijnen op beuk.

fenologie

Stigter & van Frankenhuyzen, (1991a) vonden twee larven-generaties, mei-augustus en september-april; de soort overwintert als larve.

BENELUX

BE waargenomen (De Prins, 1998a).

NE waargenomen (Stigter & van Frankenhuyzen, 1991a).

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2008).

verspreiding binnen Europa

Van Finland tot de Pyreneeën, Italië en Griekenland, en van Engeland tot Hongarije (Fauna Europaea, 2008).

larve

pop

synoniemen

Lithocolletis leucographella.

opmerkingen

Waarschijnlijk leefde de soort in het begin van de 20e eeuw in het Middellandse Zeegebied. De soort heeft zich sinds de eerste waarneming in Nederland (1984, de Lutte) met grote snelheid over het land verspreid en was tot ca 2006 zeer gewoon in tuinen en parken. Na die tijd is de talrijkheid weer sterk aan het afnemen. Ook in Duitsland en Engeland heeft leucographella een uitermate snelle expansie doorgemaakt (Bathon, 1984a; Emmet, 1989a, 1990a; Nash ea, 1995a).

literatuur

Bathon (1984a), Bengtsson & Johansson (2011a), Braggion (2013a), Csóka (2001a, 2003a), Deutschmann (2008a), Emmet (1998a), Gregor & Patočka (2001a), Hartig (1939a), Hering (1957a), Homan (2012a), Huemer (1988a), Huisman & Koster (2000a), Jaworski (2009a), Kirichenko, Augustin & Kenis (2018a), Kollár (2007a), Kollár & Hrubík (2009a), Kuchlein & de Vos (1999a), Kuznetzov & Baryshnikova (2006a), Langmaid & Young (2009a), Liška ao (2000a), Maček (1999a), Matošević, Pernek, Dubravac & Barić (2009a), Nel & Varenne (2014a), van Nieukerken, Gielis, Huisman ao (1993a), Patočka & Turčáni (2005a), Pröse (1995a), Robbins (1991a), Sauer (1981a), Sefrová (1999a, 2005a), Stammer (2016a), Stigter & van Frankenhuyzen (1991a), Triberti (2007a), Walczak, Baraniak & Jerzak (2010a).

mod 12.iii.2019