Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Phyllonorycter platani

Phyllonorycter platani (Staudinger, 1870)

plataanvouwmot

Phyllonorycter platani: mines op Platanus hispanica

Platanus hispanica, Hongarije, Mosonmagyaróvár, 2.vi.2018 © László Érsek

Phyllonorycter platani: mines op Platanus hispanica

zelfde blad, onderzijde

Phyllonorycter platani: opened mine with larva

geopende mijn met larve

Phyllonorycter platani: opened mine with cocoon

geopende mijn met cocon

Phyllonorycter platani mines

Platanus hispanica, Amstelveen

Phyllonorycter platani mine

bovenzijde van een mijn

Phyllonorycter platani: upper-surface mines on Platanus hispanica

Platanus hispanica, België, prov. Luxemburg, Rachecourt: af en toe komen ook bovenzijdige mijnen voor; © Jean-Yves Baugnée

Phyllonorycter platani: initial gallery of mine

Platanus orientalis, Bulgarije, Varna © Stéphane Claerebout: doorzichtfoto van twee begin-gangetjes

mijn

De mijn begint met een soms wel een paar cm lang epidermaal gangetje. Dit gaat over in een vlakke, grijsgroene, onregelmatige gelobde blaas. De volgroeide mijn is uiteindelijk een oranjebruine vouwmijn met een aantal lengteplooien. De mijn is bijna altijd onderzijdig. De bovenzijde ziet er uit als een gemarmerde ovaal, omdat de larve plaatselijk vensters heeft weggevreten uit de bovenepidermis.

waardplanten

Platanaceae, monofaag

Platanus acerifolia, occidentalis, orientalis.

fenologie

Larven tot laat in het najaar (november); in Nederland drie generaties. Mijnen van de zomer- en najaarsgeneratie zijn veel groter dan voorjaarsmijnen, omdat bladeren later in het seizoen minder voedsel bevatten, en de larve daarom meer moet eten (van Frankenhuyzen, 1983a) Opeenvolgende generaties leven hoger in de kruin van de boom (Milevoj, 2004a). Overwintering als pop in de mijn in afgevallen blad.

BENELUX

BE waargenomen (Phegea, 2009).

NE in 1965 voor het eerst in Nederland waargenomen (van Frankenhuyzen, 1983a).

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2009).

verspreiding binnen Europa

heel Europa tern zuiden van Oslo, maar (nog?) niet in Ierland (Fauna Europaea, 2009).

larve

pop

cocon

synoniemen

Lithocolletis platani.

inquilinen

Eriophyes platani.

opmerkingen

Soort heeft een sterke areaal-uitbreiding ondergaan (Sefrová, 2001a).

Bomen kunnen zwaar aangetast zijn, met niet zelden ca 10 mijnen op één blad. Het aantal beginmijntjes (die waarschijnlijk niet verder zullen komen) kan nog veel groter zijn. De bomen lijken er desondanks niet onder te lijden (Burger ea, 1984a).

literatuur

Aguiar & Karsholt (2006a), Beiger (1979a), Bengtsson & Johansson (2011a), Burger ao (1984a), Burmann (1980a), Buszko (1992b), Buszko & Beshkov (2004a), Corley (2005a), Corley, Rosete, Gonçalves ao (2016a), Csóka (2003a), Deutsch (2012a), Deutschmann (2008a), Drăghia (1970a), Emmet (1985a, 1991a), Flügel (2011a), van Frankenhuyzen (1983a), van Frankenhuyzen & Houtman (1972a), van Frankenhuyzen Houtman & Kabos (1982a), Gregor & Patočka (2001a), Grandi 1931a, 1933a), Hartig (1939a), Hering (1927a, 1936b, 1957a), Huemer & Erlebach (2003a), Jaworski (2009a), Kirichenko, Augustin & Kenis (2018a), Klimesch (1950c), Kollár (2007a), Kollár & Hrubík (2009a), Kuchlein & Donner (1993a), Kuchlein & de Vos (1999a), Kvičala (1938a), Lhomme (1934c), Maček (1999a), Matošević, Pernek, Dubravac & Barić (2009a), Milevoj (2004a), Nel & Varenne (2014a), Olivella (2002a), Parenti & Varalda (2000a), Patočka & Turčáni (2005a), Plóciennik, Pawlikiewicz & Jaworski (2011a), Principi (1953a), De Prins (1998a, 2007a), De Prins, De Prins & De Coninck (2003a), De Prins & Steeman (2013a), Pröse (1984a), Sefrová (2001a, 2005a), Skala (1941a, 1951a), Stammer (2016a), Starý (1930a), Szőcs (1977a, 1978a, 1981a), Ureche (2010a), Utech (1962a).

Laatste bewerking 1.iii.2020