Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Phyllonorycter spinicolella

Phyllonorycter spinicolella (Zeller, 1846)

sleedoornvouwmot

op Prunus

Phyllonorycter spinicolella mine

Prunus spinosa, Susteren

mijn

Onderzijdige, sterk opgeblazen vouwmijn tussen twee zijnerven. Onderepidermis met plooitjes, groen. Pop in een witte cocon, met de frass in een klomp in een hoek van de mijn. Voor het uitkomen werkt de pop zich door de onderepidermis heen half uit de mijn.

waardplanten

Rosaceae, monofaag

Prunus cerasifera, domestica & subsp. insititia, fruticans, padus, spinosa.

Sleedoorn is verreweg de belangrijkste waardplant.

fenologie

Larven in juli en september-april (Emmet, Watkinson & Wilson, 1985a). De larve overwintert in de mijn, en verpopt in het voorjaar.

BENELUX

BE waargenomen (Phegea, 2009).

NE waargenomen (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2009).

LUX onzeker

verspreiding binnen Europa

Waarschijnlijk heel Europa, ook Iberia (Laštůvka & Laštůvka, 2015a).

larve

pop

synoniemen

Lithocolletis spinicolella; Ph. pomonella: Gregor & Patočka (2001a).

Tot aan de publicatie van Triberti (2007a) werd ook Phylllonorycter cerasicolella (Herrich-Schäffer, 1855) door velen als een synoniem van spinicolella beschouwd. De verwarring die hierdoor jarenlang heeft geheerst maakt oudere literatuur, en de informatie over verspreiding en waardplanten daarin, lastig toegankelijk.

opmerkingen

De cocon is soms nauwelijks waarneembaar, zoals de foto hieronder laat zien. Waarschijnlijk is dit een zomerverschijnsel, en zijn de cocons van de tweede generatie veel steviger.

Prunus spinosa, Bemelen, eind juni

literatuur

Beiger (1979a), Bengtsson & Johansson (2011a), Buhr (1936a, 1964a), Buszko (1992b), Buszko & Beshkov (2004a), Corley, Rosete, Romão ao (2015a), Deschka & Wimmer (2000a), Deutsch (2012a), Deutschmann (2008a), Drăghia (1968a, 1971a), van Frankenhuyzen & Houtman (1972a), van Frankenhuyzen Houtman & Kabos (1982a), Haase (1942a), Hartig (1939a), Hering (1932g, 1957a, 1963a), Huber (1969a), Huisman & Koster (1998a, 2000a), Huisman, Koster, van Nieukerken & Ellis (2007a), Huisman, Koster, van Nieukerken & Ulenberg (2004a), Jaworski (2009a), Kasy (1965a), Klimesch (1950c, 1958c), Kollár (2007a), Kollár & Hrubík (2009a), Kuchlein & Donner (1993a), Kuchlein & de Vos (1999a), Kvičala (1938a), Laštůvka & Laštůvka (2015a), Leutsch (2011a), Lhomme (1934c), Maček (1999a), Nel & Varenne (2014a), Nowakowski (1954a), Patočka & Turčáni (2005a), Popescu-Gorj & Drăghia (1968a), De Prins (2007a), Robbins (1991a), Sefrová (2005a), Sønderup (1949a), Stolnicu (2007a), Szőcs (1977a, 1978a, 1981a), Tomov & Krusteva (2007a), Tourlan (1980a), Triberti (2007a), Zoerner (1969a).

Laatste bewerking 7.ii.2021