Phyllonorycter trifasciella (Haworth, 1828)

oranje kamperfoelievouwmot

Phyllonorycter trifasciella minePhyllonorycter trifasciella mine

Lonicera periclymenum, Maarn

mijn

Onderzijdige vouwmijn tussen bladrand en middennerf; de mijn trekt zich diagonaal samen, met gevolg dat het blad als een peperbus, of dwars, opgerold raakt. Frass in een klomp in een hoek van de mijn. De pop ligt niet in een herkenbare cocon.

waardplanten

Caprifoliaceae, oligofaag

Lonicera alpigena, caprifolium, etrusca, nigra, periclymenum, xylosteum; Symphoricarpos albus.

fenologie

Larven in april, juli-augustus, en october (Emmet, Watkinson & Wilson, 1985a).

BENELUX

BE waargenomen (Phegea, 2009).

NE waargenomen (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2009).

LUX waargenomen (Fauna Europaea, 2009).

verspreiding binnen Europa

Van Scandinavië tot het Iberisch Schiereiland en Italië, en van Ierland tot Polen; geïsoleerd ook in Rusland en Macedonië (Fauna Europaea, 2009). In recente tijd geïntroduceerd in de Canarische Eilanden (De Prins ea); Cyprus (Barton, 2015a).

pop

synoniemen

Lithocolletis trifasciella.

literatuur

Barton (2015a), Bengtsson & Johansson (2011a), Buhr (1930a, 1935b), Buszko (1992b), Emmet, Watkinson & Wilson (1985a), Gerstberger (2000a), Gregor & Patočka (2001a), Hartig (1939a), Hering (1926b, 1936b, 1957a, 1967a), Huisman, Koster, van Nieukerken & Ulenberg (2005a), Kollár & Hrubík (2009a), Kuchlein & Donner (1993a), Kuchlein & de Vos (1999a), Kuznetzov & Baryshnikova (2006a), Maček (1999a), Nel & Varenne (2014a), Patočka & Turčáni (2005a), De Prins, De Prins, De Coninck, Kawahara, Milton & Hebert (2013a), Robbins (1991a), Skala & Zavřel (1945a), Sønderup (1949a), Szőcs (1977a), Tourlan (1980a).

mod 19.x.2019