Phyllonorycter trifoliella (Gerasimow, 1933)

mijn

Onderzijdige, sterk geplooide, vouwmijn, op of vlakbij de hoofdnerf. De bovenzijde is gemarmerd en sterk opgebold; de bladranden zijn sterk samengetrokken. Frass verzameld in de onderhoek van de mijn. Pop in de mijn in een cocon, die uit niet meer dan een dun vliesje onder en boven de pop bestaat.

waardplanten

Fabaceae, oligofaag

Lathyrus roseus; Trifolium.

verspreiding binnen Europa

Finland en Baltische staten, Kaukasus (Fauna Europaea, 2014) én Iberia (Z & A Laštůvka, 2009b).

synoniemen

Lithocolletis trifoliella.

literatuur

Bengtsson & Johansson (2011a), Gerasimow (1933a), Z & A Laštůvka (2009b), Noreika & Mozuraitis (2002a), Šulcs (1996a).

mod 24.xi.2018