Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Phyllonorycter tristrigella

Phyllonorycter tristrigella (Haworth, 1828)

geelkopiepenvouwmot

op Ulmus

Phyllonorycter tristrigella mine

Ulmus laevis, Cadzand, de Knokkert

mijn

Lange, buisvormige onderzijdige vouwmijn tussen twee zijnerven, niet zelden van hoofdnerf tot bladrand. Onderepidermis met verscheidene plooien die dicht bij elkaar liggen. De lichtbruine pop in een taaie bruine cocon, die bevestigd is aan de onderepidermis. Alle frass in een klomp in een hoek van de mijn.

waardplanten

Ulmaceae, monofaag

Ulmus glabra, x hollandica, laevis, minor.

fenologie

Larven in juli en september-october (Emmet, Watkinson & Wilson,1985a).

BENELUX

BE waargenomen (de Prins, 1998a).

NE waargenomen (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2008).

LUX waargenomen (Fauna Europaea, 2008).

verspreiding binnen Europa

Geheel Europa behalve het Iberisch Schiereiland en de Balkan (Fauna Europaea, 2008).

larve

pop

synoniemen

Lithocolletis tristrigella.

literatuur

Bengtsson & Johansson (2011a), Buhr (1937a, 1964a), Buszko (1992b), Deutsch (2012a), Emmet, Watkinson & Wilson (1985a), Gregor & Patočka (2001a), Gregor & Povolný (1950a), Hering (1930e, 1957a), Huber (1969a), Huemer (1986b), Kollár & Hrubík (2009a), Kuchlein & Donner (1993a), Kuchlein & de Vos (1999a), Kuznetzov & Baryshnikova (2006a), Leutsch (2011a), Maček (1999a), Matošević, Pernek, Dubravac & Barić (2009a), Nel & Varenne (2014a), Patočka & Turčáni (2005a), De Prins & Steeman (2011a), Pröse (1981a), Robbins (1991a), Schütze (1931a), Sefrová (2005a), Skala (1951a), Sønderup (1949a), Stammer (2016a), Surányi (1942a), Szőcs (1977a), Tourlan (1980a), Ureche (2010a).

Laatste bewerking 18.i.2020