Plutella xylostella (Linnaeus, 1758)

koolmotje

op Brassicaceae

Plutella xylostella: larvae on Brassica oleracea

Brassica oleracea, België, prov. Henegouwen, Mouscron, 6.vii.2018 © Stéphane Claerebout: jonge larven gaan het blad in en uit

Plutella xylostella: mines on Brassica oleracea

deel van een blad met mijntjes

Plutella xylostella: larvae on Brassica oleracea

mijn

Plutella xylostella: egg

ei

habitus

Alliaria petiolata, Nunspeet

detail

detail

Plutella xylostella feeding

Crambe maritima, Denemarken, NW Zealand, Ordrup Næs © Hans Henrik Bruun; vrij-levende larven en venstervraat

mijn

Eieren worden afgezet op de bladonderzijde. Jonge larven maken een aantal een voldiep, onregelmatig gevormd blaas- of gangmijntje van nog geen cm lang, die geen spinsel bevatten. Aanvankelijk wordt de frass uit de mijn verwijderd, later vormt zich een frass-concentratie in het oudste deel van de mijn. Korte tijd later leven ze vrij aan de onderzijde van het blad.

waardplanten

Brassicaceae, Capparaceae, Cleomaceae, Tropaeolaceae; nauw polyfaag

Aethionema arabicum; Alliaria petiolata; Alyssum; Arabidopsis; Arabis; Armoracia rusticana; Aubrieta deltoidea; Aurinia saxatilis; Barbarea vulgaris; Biscutella; Brassica napus, nigra, oleracea; Braya; Bunias; Cakile maritima; Capparis spinosa; Calepina; Camelina; Capsella; Cardamine; Cardaria; Cleome graveolens, spinosa; Cochlearia; Conringia orientalis; Crambe cordifolia, koktebelica, maritima; Diplotaxis; Eruca; Erucastrum; Erysimum cheiri; Hesperis matronalis; Hirschfeldia incana; Iberis; Isatis tinctoria; Lepidium sativum; Lobularia; Lunaria annua; Malcolmia littorea; Matthiola longipetala subsp. bicornis, odoratissima; Moricandia; Myagrum; Neslia; Peltaria; Raphanus raphanistrum, sativus; Reseda; Rorippa; Sinapis alba, arvensis; Sisymbrium supinum; Thlaspi; Tropaeolum.

Newman vond een sterke voorkeur voor Lepidium sativum.

fenologie

Minerende larven in juni en augustus (Agassiz, 1996a).

BENELUX

BE waargenomen (Phegea, 2008).

NE waargenomen (microlepidoptera.nl, 2008).

LUX waargenomen (Fauna Europaea, 2008).

verspreiding binnen Europa

cosmopoliet.

larve

pop

Beschreven door Patočka & Turčáni (2005a).

synoniemen

Plutella maculipennis (Curtis, 1832).

opmerkingen

Belangrijke plaaginsect op allerlei Brassicaceae (“koolmot”).

De netvormige cocon lijkt sterk op die van de verwante Acrolepiopsis assectella, maar het materiaal is duidelijk grover bij assectella (Landry, 2007a).

literatuur

Agassiz (1996a), Aguiar & Karsholt (2006a), Amsel & Hering (1931a), Baldizzone (2008a), Bengtsson & Johansson (2011a), Buhr (1935a,b, 1936a, 1937a, 1964a), Deschka & Wimmer (2000a), Hering (1957a), Huemer (2012a), Huertas Dionisio (2002a, 2007a), Kozlov & Kullberg (2006a), Landry (2007a), Leutsch (2011a), Maček (1999a), Newman (2014a), Patočka & Turčáni (2005a), Robbins (1991a), Skala (1951b), Szőcs (1977a), Tomasi (2014a).

mod 23.iv.2019