Apterona helicoidella (Vallot, 1827)

slakkenhuiszakdrager

Apterona helicoidella case

Rumex, België, Angleur, langs de Ourthe © Jean-Yves Baugnée

Apterona helicoidella case

overwinterende zakjes, België, Angleur (17.i.2010); © Jean-Yves Baugnée

Apterona helicoidella mines

Helianthemum nummularium, België, prov. Luik, Comblain-au-Pont, Les Roches Noires; © Jean-Yves Baugnée

Apterona helicoidella mines

zelfde mijnen, onderzijde; de determinatie is onder enig voorbehoud, omdat geen zakjes zijn waargenomen

zak

Zak in de vorm van een slakkenhuisje, ca 3 mm in diameter, bekleed met zandkorreltjes. De larve maakt vanuit deze zak vlekmijnen in de bladonderzijde. In tegenstelling tot bij Coleophora-soorten wordt de zak tijdens het eten niet met spinsel vastgezet, zodat de zakje bij aanraking vrijwel meteen van het blad vallen. Verlaten mijnen zijn te herkennen doordat het gat waardoor de larve zich toegang tot de mijn heeft verschaft niet zuiver rond rond is, en uiteraard geen rand van spinsel-stoppeltjes heeft.

waardplanten

Zeer polyfaag, hoofdzakelijk op kruiden

Achillea ligustica, millofolium; Aegilops geniculata, neglecta; Althaea hirsuta; Alyssum alyssoides; Anthyllis vulneraria; Artemisia vulgaris; Astragalus spruneri; Atriplex; Aurinia sinuata; Berteroa incana; Betula pendula; Carduus acanthoides; Centaurea melitensis; Cerastium; Chrysanthemum; Cirsium creticum; Cistus salviifolius; Clinopodium acinos, vulgare; Coronilla vaginalis; Cynoglossum officinale; Dorycnium; Echium vulgare; Erodium; Erysimum; Euphorbia; Galium; Geranium pyrenaicum, rotundifolium; Hedysarum coronarium; Helianthemum nummularium subsp. grandiflorum; Hymenocarpos circinnatus; Inula oculus-christi; Lavandula stoechas; Linaria vulgaris; Linum usitatissimum; Lotus ornithopodioides, tetragonolobus; Malva neglecta, sylvestris; Medicago polymorpha; Melilotus officinalis; Nepeta cataria; Ononis natrix; Ornithopus compressus; Oxytropis; Polygonum aviculare; Polypodium; Potentilla argentea; Prunella; Reseda phyteuma; Salvia pratensis; Sanguisorba minor & subsp. balearica; Satureja; Scabiosa columbaria; Scorpiurus muricatus; Securigera securidacea; Sisymbrium loeselii; Tanacetum; Teucrium chamaedrys, massiliense; Thlaspi; Trifolium stellatum; Tripodion tetraphyllum; Tuberaria guttata; Verbascum; Viola jordanii, reichenbachiana, tricolor.

Voorkeur voor de bladeren vlak boven de grond.

fenologie

Larven van de herfst tot in juni (Hering, 1957a).

BENELUX

BE waargenomen (Phegea, 2009).

NE vrij recentelijk gevonden (Midden-Limburg) gemeld (Alders & Gielis, 1999a).

LUX waargenomen (Fauna Europaea, 2009).

verspreiding binnen Europa

Geheel Europa, met uitzondering van de Britse Eilanden (Fauna Europaea, 2009).

pop

Beschreven door Patočka & Turčáni (2005a).

synoniemen

Apterona helix Siebold, 1850; A. crenulella f. parth. helix.

opmerkingen

Van deze soort komen parthenogenetische en sexuele populaties voor. De laatste wordt onderscheiden als de forma crenulella (Bruand, 1853). De Fauna Europaea beschouwt crenulella als een aparte soort, die uitsluitend in zuidelijk Europa voorkomt (sympatrisch met helicoidella sensu stricto).

De soort is recentelijk geïntroduceerd in de Verenigde Staten, en is daar nu, vooral in de westeljke staten, een plaag op allerlei gewassen (Davis, 1987a); deze Noord-Amerikaanse populatie is volledig parthenogenetisch.

literatuur

Aguiar & Karsholt (2006a), Alders & Gielis (1999a), Amsel & Hering (1933a), Beiger (1979a), Bengtsson (2008a), Chrétien (1927a), Davis (1987a), Davis & Hermann (1994a), Hering (1921a, 1924a, 1932g, 1936b, 1957a, 1967a), Hermann (1994a), Klimesch & Skala (1936a), Kuchlein & de Vos (1999a), Maček (1999a), Michalska (1970a), Patočka & Turčáni (2005a), De Prins & Steeman (2011a), Skala (1948a), Skala & Zavřel (1945a), Szőcs (1977a), Stolnicu (2007a), Ureche (2010a), Zoerner (1970b).

mod 16.vii.2019