Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Psychoides filicivora

Psychoides filicivora (Meyrick, 1937)

mijn

Gewoonlijk leeft de larve vrij onder het blad, onder een slordige hoopje samengesponnen soredia en frass, en vreet dan sporen. De larve valt dan op als een sporenhoopje op een ongewone plaats. Soms worden ook langerekte voldiepe blaasmijnen gemaakt.

waardplanten

Aspleniaceae, Dryopteridaceae; nauw polyfaag

Asplenium ceterach, adiantum-nigrum, scolopendrium, trichomanes; Dryopteris filix-mas; Polystichum setiferum.

fenologie

Larven worden het gehele jaar waargenomen (British Leafminers, 2009).

BENELUX

Niet bekend uit de Benelux-landen (Fauna Europaea, 2009).

verspreiding binnen Europa

Engeland, Ierland (Pelham-Clinton, 1985a).

larve

Geelwit; anale plaat kleurloos, kop en prothoracale plaat zeer licht bruin met iets donkerder zij- en achterrand.

synoniemen

Mnesipatris filicivora.

opmerkingen

Men vermoedt dat de soort in de 19e eeuw in de Britse eilanden vanuit Oost-Azi├ź is ge├»ntroduceerd. Daarin past ook dat de soort niet in diapause gaat en vooral optreedt in de nabijheid van de kust, waar zeer lage wintertemperaturen maar zelden voorkomen.

literatuur

Aguiar & Karsholt (2006a), Hering (1957a), Pelham-Clinton (1985a), Robbins (1991a).

Laatste bewerking 24.xi.2018