Bedellia silvicolella Klimesch, 1968

op Convolvulus

Bedellia silvicolella mines

Convolvulus floridus, Tenerife; uit Klimesch (1979a)

mijn

Ovipositie aan de bladonderzijde, nabij een nerf. Aanvankelijk wordt dan een slanke gang gemaakt met een centrale, brede, soms de hele gang vullende, frasslijn. Na de eerste vervelling maakt de larve steeds grotere, bruinige, voldiepe, vlekmijnen, vaak op verschillende bladeren. De ingang tot de mijnen is altijd onderzijdig. Tijdens de verplaatsingen, en voorafgaand aan het binnendringen in het blad wordt een ijl web van spinsel aangelegd, waarin frasskorrels blijven hangen.

waardplanten

Convolvulaceae, monofaag

Convolvulus canariensis, floridus.

fenologie

Larven in februari.

verspreiding binnen Europa

Canarische Eilanden, Tenerife (Fauna Europaea, 2009).

larve

Beschreven door Klimesch (1968a); opvallend een is subdorsale, zeer hoge papil op de metathorax, die aan de top een borstel draagt.

pop

Zie Klimesch (1968a).

literatuur

Klimesch (1968a, 1979a).

mod 24.xi.2018