Acrolepiopsis vesperella (Zeller, 1850)

mijn op Tamus (links) en Smilax; uit Hering (1927a)

Acrolepiopsis vesperella mine

Tamus edulis, Tenerife; uit Klimesch (1983a)

Acrolepiopsis vesperella mine

Smilax aspera, Spanje, prov. Asturias, Gijon; © Jean-Yves Baugnée

detail

mijn

Op Smilax maakt de jonge larve een kort gangetje dat bijna geheel met frass is gevuld; larer leeft de larve vrij aan de blad onderzijde, under een met frass overdekt spinsel. Op Tamus leeft de larve zijn hele leven in een zeer transparante voldiepe mijn die geen frass bevat; de mijn kan een blaas of gang zijn, of ook stervormig. Op beide planten heeft de verpopping plaats in een netvormige cocon (Klimesch, 1983a).

waardplanten

Dioscoreaceae, Smilacaceae; nauw polyfaag

Dioscorea communis; Smilax aspera, canariensis.

fenologie

Larven maart (Hering, 1957a).

BENELUX

Niet bekend uit de Benelux-landen (Fauna Europaea, 2009).

verspreiding binnen Europa

Van Duitsland tot het Iberisch Schiereiland, Italië en de Balkan; ook Canarische Eilanden (Fauna Europaea, 2009).

pop

Beschreven door Patočka & Turčáni (2005a).

synoniemen

Acrolepia smilaxella Millière, 1874; A. tami Hering, 1927.

opmerkingen

De mijnen, en zelfs het uiterlijk van de larven, verschillen tussen Smilax en Tamus. Omdat er geen verschillen bekend zijn tussen uitgekweekte imagines worden ze toch tot één soort gerekend. Hering (1957a) ziet ook verschillen tussen Smilax-mijnen van de Canarische Eilanden en het Middellandse Zee-gebied.

literatuur

Baldizzone & scalercio (2018a), Corley, Rosete, Gonçalves ao (2016a), Gaedike & Baldizzone (2008a), Hering (1927a, 1957a), Klimesch (1942a, 1983a), Maček (1999a), Patočka & Turčáni (2005a).

mod 18.viii.2019