Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Digitivalva granitella

Digitivalva granitella (Treitschke, 1833)

Digitivalva granitella mine

Inula conyza, België, prov. Namur, Saint-Servais, carrières d’Asty-Moulin © Jean-Yves Baugnée

Digitivalva granitella mine

detail

mijn

De mijn begint met een lange, smalle gang die volgens Hering (1957a) begint vanuit de hoofdnerf of de bladbasis. Deze zet zich voort in een grote, voldiepe blaas waaruit de frass bijna volledig wordt verwijderd. De larve kan de mijn verlaten en elders herbeginnen, zodat ook mijnen zonder begingang voorkomen. Verpopping buiten de mijn.

waardplanten

Asteraceae, monofaag

Inula conyzae, helenium.

Vermeldingen van Buphthalmum salicifolium en Pulicaria dysenterica zijn vrijwel zeker, van Inula britannica en Dittrichia viscosa waarschijnlijk, onjuist (zie Klimesch, 1956b).

fenologie

Larven in april-mei, en in juni-juli (Hering, 1957a).

BENELUX

BE waargenomen (Phegea, 2009).

NE niet waargenomen (Fauna Europaea, 2009).

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2009).

verspreiding binnen Europa

Van Duitsland en Polen tot het Iberisch schiereiland, Sardinië, Italië en Bulgarijë (Fauna Europaea, 2009).

larve

pop

Beschreven door Patočka & Turčáni (2005a); ligt in een netvormige cocon.

synoniemen

Acrolepia granitella; Digitivalva variella (Müller-Rutz, 1920).

literatuur

Amsel & Hering (1933a), Beiger (1979a), Buhr (1935b), Gaedike (1972a), Hartig (1939a), Hering (1936b, 1957a), Klimesch (1950c, 1956b), Patočka & Turčáni (2005a), De Prins & Steeman (2014a), Schmid (2019a_, Skala & Zavřel (1945a), Szőcs (1977a).

Laatste bewerking 26.ii.2021