Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Digitivalva pulicariae

Digitivalva pulicariae (Klimesch, 1956)

heelblaadjesmineermot

mijn

Wittige of bruinige voldiepe blaasmijn, voorafgegaan door een kort gangetje dat begint op de hoofdnerf of in de bladbasis. Frass in onregelmatige korrels; een deel wordt uit de mijn verwijderd. De larve maakt verscheidene mijnen, Verpopopping buiten de mijn.

waardplanten

Asteraceae, monofaag

Pulicaria dysenterica.

Volgens Agassiz 1996a) zelden ook op Eupatorium cannabinum.

Kasy (1979a) vond imagines op plaatsen waar geen Pulicaria in de buurt groeide, maar wel veel Inula, en veronderstelt daarom dat ook dat een waardplant is.

fenologie

Larven in juni-juli (Agassiz, 1996a); overwintering als imago.

BENELUX

BE waargenomen (Phegea, 2009).

NE waargenomen (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2009).

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2009).

verspreiding binnen Europa

Van Duitsland tot het Iberisch Schiereiland, Italië en Griekenland, en van Ierland tot Roemenië (Fauna Europaea, 2009).

larve

Eenkleurig geelgroen (dorsaal een wat donkerder lengtelijn) met lichtbruine kop.

pop

In een netvormige cocon, onder een blad of tussen strooisel.

synoniemen

Acrolepia pulicariae; A. granitella auct.

literatuur

Agassiz (1996a), Gaedike (1972a), Gaedike & Baldizzone (2008a), Gerstberger (2000a), Hering (1930b, 1957a), Kasy (1979a), Klimesch (1956b, 1958a), Kuchlein & Donner (1993a), Kuchlein & Kuchlein-Nijsten (2002a), Kuchlein & de Vos (1999a), van Nieukerken & Koster (1999a), Pinzari, Pinzari & Zilli (2013a), Robbins (1991a), Steeman & Sierens (2018a), Szőcs (1977a).

Laatste bewerking 15.vi.2021