Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Digitivalva reticulella

Digitivalva reticulella (Hübner, 1796)

mijn

Jonge larven maken een fijn gangetje, beginnend in de bladbasis, met een smalle frasslijn, vaak langs de zijde van de mijn. Ze kunnen de mijn verlaten en elders een nieuwe maken. Deze latere mijnen of mijn-gedeelten zijn veel breder; vrijwel alle frass wordt naar buiten gewerkt (maar blijft voor een deel in de plantenharen hangen). Oudere larven leven vrij tussen de bloemhoofdjes.

waardplanten

Asteraceae, nauw oligofaag

Filago arvensis; Gnaphalium sylvaticum; Helichrysum arenarium; Laphangium luteoalbum.

fenologie

Minerende larven in maart-april (Hering, 1957a).

BENELUX

BE waargenomen (Phegea, 2009).

NE niet waargenomen (Fauna Europaea, 2009).

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2009).

verspreiding binnen Europa

Van Scandinavië en Finland tot het Iberisch Schiereiland, Italië en Bulgarije, en van België tot Rusland (Fauna Europaea, 2009).

larve

Geel, met bruine kop (Hering, 1957a).

pop

Beschreven door Patočka & Turčáni (2005a).

synoniemen

Acrolepia cariosella (Treitschke, 1835).

literatuur

Beiger (1979a), Bengtsson & Johansson (2011a), Buhr (1935b), Gaedike (1972a), Gerstberger (2000a), Hering (1957a, 1963a), Klimesch (1958a), Patočka & Turčáni (2005a), Szőcs (1977a).

Laatste bewerking 30.viii.2019