Leucoptera astragali Mey & Corley, 1999

Lepidoptera, Lyonetiidae

mijn

De mijn begint bij een glad, witttig, tamelijk vlak eischaaltje op de bladbovenzijde, meestal één per blaadje (maar verscheidene voor een heel blad). Van daaruit ontwikkelt zich een een blaasmijn die uiteindelijk een groot deel van het blaadje inneemt. De mijn wordt in concentriche bogen uitgebreid. Veel korrelige frass, dat tegen de bovenepidermis wordt aangeplakt, en het grootste, centrale, deel van de mijn een heel donker aanzien geeft. De volgroeide larve maakt een halfcirkelvormige boogsnede in de bovenepidermis, en verpoopt zich buiten de mijn in een cocon.

waardplanten

Fabaceae, nauw monofaag

Erophaca baetica (= Astragalus lusitanicus).

fenologie

Larven werden midden april verzameld.

verspreiding binnen Europa

Iberia, Tunesië.

larve

Lichaam wit; buikpoten van de volgroeide larve met 6-8 haakjes. Kop lichtbruin met een zwarte oogvlek. Prothorx met een lichtbruin, gedeeld, pronotum en een zwakke sternale plaat. Anale plaat lichtbruin.

pop

Afgebeeld in Mey & Corley (1999a).

literatuur

A & Z Laštůvka (2014a), Mey & Corley (1999a).

12/02/2017

mod 27.vi.2018