Leucoptera lustratella (Herrich-Schäffer, 1855)

hertshooisneeuwmot

op Hypericum

Leucoptera lustratella: mine on Hypericum perforatum

Hypericum perforatum, België, prov. Limburg, Heusden-Zolder, Terril Lindeman, 1.viii.2015 © Carina Van Steenwinkel

Leucoptera lustratella: mine on Hypericum perforatum

zelfde mijn in doorzicht

Leucoptera lustratella: mine on Hypericum perforatum

Hypericum perforatum, België, prov. Namen, Jemelle © Jean-Yves Baugnée

Leucoptera lustratella: occupied mine on Hypericum perforatum

mijn in doorzicht

Leucoptera lustratella: frass

detail: individuele frasskorrels zijn grijs en staafvormig

Leucoptera lustratella: mine on Hypericum perforatum

een blad kan volkomen uitgemijnd worden

Leucoptera lustratella mine on Hypericum maculatum

Hypericum perforatum, België, prov. Namen, Chevetogne © Jean-Yves Baugnée

Leucoptera lustratella: mines on Hypericum perforatum

Hypericum perforatum, België, prov. Namen, Nismes: een larve is juist begonnen zich in een nieuw blad in te boren; uit van Nieukerken (2006a)

mijn

Bovenzijdige bruine blaasmijn, aanvankelijk klein en rond. Deze wordt vergroot door gangachtige uitlopers in alle richtingen, die later samenvloeien. Meestal begint de mijn in de bladtop. Frass geconcentreerd in het centrum van de mijn. Pop meestal in de mijn, in een wittige cocon. De larve kan een uitgemijnd blad verlaten en elders opnieuw beginnen (van Nieukerken, 2006b).

waardplanten

Hypericaceae, monofaag

Hypericum hirsutum, maculatum, montanum, perforatum.

fenologie

Larven in juni en september (Hering, 1957a).

BENELUX

BE waargenomen (Phegea, 2009).

NE waargenomen (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2009).

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2009).

verspreiding binnen Europa

Van Fennoscandia tot de Pyreneeën en Italië, en van Frankrijk tot Wit-Rusland en Roemenië (Fauna Europaea, 2009).

larve

Zie Dziurzynski (1957a).

pop

Beschreven door Patočka (2000a), Patočka & Turčáni (2005a).

synoniemen

Cemiostoma lustratella.

opmerkingen

De mijn kan verward worden met die van Fomoria septembrella, maar deze heeft een lange, slingerende begingang.

literatuur

Beiger (1955a), Bengtsson & Johansson (2011a), Borkowski (2003a), Buhr (1964a), Buszko (1981a, 1992b), Buszko & Beshkov (2004a), Dziurzynski (1957a), Drăghia (1968a), van Frankenhuyzen (1973a), van Frankenhuyzen Houtman & Kabos (1982a), Hering (1933b, 1957a), Klimesch (1957a, 1958c), Kuchlein & Donner (1993a), Kuchlein & de Vos (1999a), Mey (1994a), Michalska (1970a, 1976a), van Nieukerken (2006a), Patočka (2000a), Patočka & Turčáni (2005a), De Prins, Steeman & Sierens (2016a), Szőcs (1977a).

mod 23.vii.2019