Leucoptera onobrychidella Klimesch, 1937

Lepidoptera, Lyonetiidae

mijn

Ovipositie bovenop de hoofdnerf; ook bij oude mijnen blijft het eischaaltje als een glanzend grijs punte zichtbaar. De larve maakt een min of meer ovale, primaire, blaasmijn met veel frass in concentrische bogen. Verpopping buiten de mijn. Alleen mijnen die zijn aangelegd in het hart van de plant, en daardoor veel schaduw krijgen, komen tot ontwikkeling.

waardplanten

Fabaceae, monofaag

Onobrychis arenaria, viciifolia.

De vermelding van Medicago door Maček (1999a) moet ander worden bevestigd.

fenologie

Larvan van juni tot october in verscheidene generaties (Hering, 1957a).

BENELUX

Niet bekend uit de Benelux-landen (Fauna Europaea, 2009).

verspreiding binnen Europa

Van Frankrijk tot Polen en Hongarijë (Fauna Europaea, 2009).

larve

Gelig, met bruine kop en pronotum.

literatuur

Buszko (1981a, 1987a, 1992b), Hering (1957a), Klimesch (1937a, 1958c), Maček (1999a), Mey (1994a), Szőcs (1977a, 1981a).

12/02/2017

mod 27.vi.2018