Phyllobrostis daphneella Staudinger, 1859

Lepidoptera, Lyonetiidae

mijn

Ovipositie waarschijnlijk in, niet op, het blad. De larve maakt een voldiepe gang. De frass wordt tegen de bovenepidermis geplakt, waardoor de mijn een zwart uiterlijk krijgt. Een deel van de frass wordt ook naar buiten gewerkt door een snede in de onderepidermis. Verpopping buiten de mijn; de larve maakt een snede in de bladrand, nabij de bladbasis om de mijn te verlaten. Pop in een cocon in een bladvouw.

waardplanten

Thymelaeaceae, nauw monofaag

Daphne gnidium.

fenologie

Twee generaties; imagines in april-mei en augustus (Mey, 2006a).

verspreiding binnen Europa

Zuid-Frankrijk, Iberisch Schiereiland, Corsica, Sardinië, Italië; ook NW Afrika (Mey, 2006a).

opmerkingen

Volgens Staudinger (1967a) en Hering (1957a) zouden de oudere larven vrij leven tussen samengesponnen bladeren. Dit wordt door Mey (2006a) niet bevestigd, hoewel Staudinger daarover heel expliciet is.

literatuur

Amsel & Hering (1933a), Buvat & Nel (1999a), Chrétien (1926a), Hering (1932e, 1936b, 1957a), Huertas Dionisio (2007a), Mey (2006a), Staudinger (1867a).

31/12/2012

mod 27.vi.2018