Argyresthia dilectella Zeller, 1847

wimpelpedaalmot

mijn

De larve boort in de jonge scheuten. Verpopping extern, in een wit-zijden spinsel. Dat de larven ook zou mineren wordt door Friese ontkend als verwisseling met A. abdominalis; volgens andere auteurs gebeurt het slechts facultatief.

waardplanten

Cupressaceae, oligofaag

Juniperus communis, sabina; Chamaecyparis.

fenologie

Larven van het najaar tot mei; overwintering in de scheut (Agassiz, 1996a).

BENELUX

BE waargenomen (Phegea, 2010).

NE waargenomen (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2010).

LUX waargenomen (Fauna Europaea, 2010).

verspreiding binnen Europa

Zie (PESI, 2018); ook Iberisch Schiereiland.

larve

Lichaam geelgroen, vaak roodachtig geringd; kop glanzend geelbruin; prothoracale en anale plaat bruin (Agassiz, 1996a).

synoniemen

Blastotere dilectella.

literatuur

Agassiz (1996a, 2004a), Bengtsson & Johansson (2011a), Buhr (1935b), Burmann (1979a), Friese (1969a), Hering (1957a), Huisman & Koster (1998a), Konečná (2013a), Kuchlein & Donner (1993a), Kuchlein & de Vos (1999a), Laštůvka & Laštůvka (2017a), Stigter & van Frankenhuyzen (1992a).

mod 20.iii.2019