Argyresthia glabratella (Zeller, 1847)

fijnsparpedaalmot

op Picea

Argyresthia glabratella: feeding trace on Picea abies

Picea abies, Belgie, prov. Antwerpen, Retie, Prinsenpark, 20.iv.2015 © Carina Van Steenwinkel

Argyresthia glabratella: feeding trace on Picea abies

de naalden aan de top van de scheut vergelen …

Argyresthia glabratella: feeding trace on Picea abies

… en vallen af

de verpopping vindt plaats in de boorgang

Argyresthia glabratella: exuvium

de lege pophuid steekt uit de opening

Argyresthia glabratella: exuvium

detail van de pop

parasiet

De larve boort in de top van een scheut. Voorafgaand aan de verpopping wordt een kleine, ronde, niet met spinsel bedekte, opening gemaakt, meestal aan de onderzijde van de scheut.

waardplanten

Pinaceae, monofaag

Picea abies.

fenologie

Larven van de nazomer tot april-mei.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2018).

larve

Volgroeid 8 mm, lichaam wit, kop glanzend zwart, prothoracale plaat grijsbruin.

pop

beschreven door Patočka (1998a), Patočka & Turcáni (2005a).

described Patočka (1998a), Patočka & Turcáni (2005a).

pop

synoniemen

Blastotere glabratella.

opmerkingen

Zie ook de nauw verwante A. svenssoni.

literatuur

Agassiz (1996a), Bengtsson & Johansson (2011a, 2012a), Friese (1969a), Konečná (2013a), Patočka (1998a), Patočka & Turcáni (2005a), De Prins, Steeman & Sierens (2016a).

mod 5.ix.2019