Argyresthia retinella Zeller, 1839

gevlekte pedaalmot

op Betula

parasiet

Eieren worden afgezet op/onder lichenen op de takken. Pas uitgekomen, heldergele larve boren zich in een knop (voorzover ze niet omkomen in de hars waarmee de knoppen bedekt zijn). Oudere larven boren ook in het merg van een scheut en in bladstelen. Een larve vreet verscheidene knoppen of scheuten uit. Verpopping in een ijle cocon in het bladstrooisel op de grond.

waardplanten

Betulaceae, monofaag

Betula pubescens.

Vermeldingen van Quercus, Salix caprea dienen nader bevestigd.

fenologie

Univoltien; overwintering in het hoge noorden als ei, zuidelijker als larve (Elverum ea).

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

larve

Volgroeide, 6 mm lange larven bijna wit met een lichtbruine kop.

pop

Zie Patočka (1998a), Patočka & Turcáni (2005a).

literatuur

Agassiz (1996a), Bengtsson & Johansson (2011a), Elverum, Johansen & Nilssen (2003a), Friese (1969a), Huemer (2012a), Konečná (2013a), Leutsch (2011a), Patočka (1998a), Patočka & Turcáni (2005a), Tenow, Nilssen, Holmgren & Elverum (1999a).

mod 20.iii.2019